Hoofdtekst
' 't Is vreemd dat die keerel, daer hij sulken inkomen heeft, altoos even kael blijft.' 'Het doet mij geen wonder', seyde de heer van Zuylichem daerop, 'soo grooten staet als hij voert. Sulke luyden konnen niet opkomen, sij slachten de weerhaen die altijt in de windt leeft, omdat sijn staert grooter is als sijn heele lijf.'
Beschrijving
Iemand vond het vreemd dat een man, die een hoog inkomen had toch altijd arm bleef. De heer van Zuylichem vond het echter geen wonder, gezien de wijze waarop die man zijn rang en stand met veel pracht ten toon spreidde. Zijn staart was groter dan zijn lijf.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Zuylichem   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
