Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER1540

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Als men een ding quaelijck wil duyden, schieten alle redenen tekort. Jacob Wevelichoven, raedsheer van Sijn Hoocheyt, een moeyelijcke vent, sond 's ogtens ten acht uyren sijn knegt bij mr. De Buisoon om een Franse historie te leenen. De jonge komt wederom en brengt hem, onwetende, een ander boeckje, sooals sij hem daer gelangt hadden. R. 'Wel, seyden sij niemendal?' R. 'Ja, sij vraegden hoe mijnheer al voer.' R. 'Wat seyd gij?' R. 'Al wel'. R. 'Vroegen sij anders niet?' R. 'Ja, den heer vraegde mij of mijnheer al bij der hand was.' R. 'Wel?' R. 'Ick seyde, neen mijnheer.' R. 'Jou beest als je bent, nu sal dien heer dencken dat ick altijt soo lang slaep. Langt hier het boeckjen en bruyt van de kamer.' Hij begost te leesen, maer siende dat het een verkeerd boeckjen was, klopte. R. 'Jou rekel, heb ick jou niet belast soo een boeckje te brengen?' R. 'Ick heb oock soo geseyt gehad, mijnheer.' R. 'Gaet, brengt dit wederom en haelt het regte.' R. 'Mijnheer en mevrouw laeten mijnheer weder goedendag seggen en daer is het.' R. 'Waer duyvel blijf je soo lang?' R. 'Mijnheer, sij moesten er na soecken.' R. 'Seyden sij anders niet?' R. 'Ja, den heer vraegde weer of mijnheer al opgestaen was.' R. 'Wel, wat seyd gij?' R. 'Ick seyde ja, mijnheer.' R. 'Jou sackermentsen hondsvot, sel je om mijnentwil liegen, nu mag den heer datelijck hier komen en vinden mij nog te bed en dan sal hij mij van sijn leven niet meer geloven.' Met dese furie sprong hij ten bed uyt en goyde de knegt het boeck na sijn kop, die sig vlugt salveerde.

Beschrijving

Een raadsheer van de koning liet zijn knecht 's ochtends om acht uur een boek lenen bij een zekere man. Toen de knecht terug kwam vroeg de raadsheer of de man nog iets gezegd had. De knecht zei dat hij had gevraagd of de raadsheer al uit bed was en dat hij had geantwoord dat dit niet het geval was. De raadsheer werd boos, omdat de man nu zou denken dat hij altijd zo lang sliep. Hij stuurde de knecht weg, begon het boek te lezen, maar ontdekte dat dit het verkeerde boek was. Opnieuw stuurde hij de knecht naar de man en opnieuw vroeg hij of hij nog wat had gezegd. De knecht antwoordde dat de man weer had gevraagd of de raadsheer op was en dat hij dit keer had geantwoord dat dit het geval was. Weer werd de raadsheer kwaad, omdat de man nu langs kon komen en dan kon zien dat hij nog wel in bed lag en dus gelogen had. Als men ergens kwaad over wil spreken, schieten alle argumenten tekort.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Naam Overig in Tekst

Zijne Hoogheid    Zijne Hoogheid   

De Buisson    De Buisson   

Frans    Frans   

Franse    Franse   

Jacob Wevelichoven    Jacob Wevelichoven   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20