Hoofdtekst
Een priester vermaende iemant dat hij al sijn goet soo niet verdoen soude, waerop hij antwoorde; 'Heer, gij hebt groote reden om mij te vermanen, want omdat ick al negenmael mijn goet verdaen hebbe, soo vreest gij, als ick het de tiende reys deede, dat ick u t'huys komen soude, dewijl men u doch van alles de tiende moet geven.'
Beschrijving
Een priester vermaande iemand omdat hij zijn bezittingen altijd verdeed. De man vond dat de priester genoeg redenen had om hem te vermanen, hij had zijn bezittingen immers al negen keer verknoeid. Nu vreesde de priester dat hij zijn bezittingen voor de tiende keer zou verdoen, omdat men de priester van alles de tiende moest geven.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20