Hoofdtekst
Iemant, een ander onversiens in 't gesigt spuwende, badt dat hij 't hem vergeven soude, doch d'ander, heel toornigh sijnde, seyde dat het ene maniere der joden was en wilde na geen vergevinge luysteren, waerover hij seyde: 'Stelt u maer gerust, ick sal u voldoeninge daervan geven, want', seyde hij, 'dewijl ick u in 't gesigt gespoogen hebbe, ben ick bereyt 'tselve uyt te trappen.'
Beschrijving
Iemand, die een ander in het gezicht had gespuugd, bad hem voor vergeving. De ander wilde hem niet vergeven en zei dat het typisch een actie voor een jood was. Degene die gespuugd had wist toch een manier om de ander voldoening te geven; omdat hij hem in het gezicht had gespuugd, was hij bereid de spuug er ook weer uit te trappen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20