Hoofdtekst
Een jongman van 20 jaren en een ander van 40 jaren vrijden beyde deselfde juffrouw. 't Gebeurde eens dat de jongste (die grijser was als d'ander) hem na de reden deser vreemdicheyt vraegde. De bejaerder antwoorde: 'Noemt het geen vreemdicheyt, want een esel graeuwt oock in 's moeders lichaem.' De jonger hierop: 'De narren, daerentegen, graeuwen noyt, omdat sij geen sorg hebben.'
Beschrijving
Een man van 20 en een man van 40 jaar oud hadden dezelfde minnares. De jongste, die grijzer was dan de oudere, vroeg aan de oudere naar de reden van deze vreemdheid. De oude man antwoordde dat het geen vreemdheid was, omdat ezels ook grijs worden in hun moeders lichaam. De jongere antwoordde dat narren, daarentegen, nooit grijs worden, omdat zij geen zorgen hebben.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20