Hoofdtekst
Een boer, een lancklijvich paert dat heel mager was door de stadt leydende, wiert van een ander gevraegt hoeveel d'elle van dat paert? De boer, de staert oplichtende, seyde: 'Gaet in de winckel en vraegt het, sij sullen u daer wel antwoort geven.'
Beschrijving
Een boer, die een mager paard door de stad leidde, werd gevraagd wat de 'diepte' van dat paard was. De boer tilde de staart van het paard op en zei dat de man dat maar in de winkel moest vragen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw.
Het woord 'elle' dat hier vertaald is met 'diepte' kan zowel 'diepte' betekenen als 'onderarm als maat gebruiken.' De man vroeg waarschijnlijk hoe lang het paard was, maar de boer dacht dat hij vroeg hoe diep het paard was; iets wat hij zelf liever niet wilde onderzoeken.
Het woord 'elle' dat hier vertaald is met 'diepte' kan zowel 'diepte' betekenen als 'onderarm als maat gebruiken.' De man vroeg waarschijnlijk hoe lang het paard was, maar de boer dacht dat hij vroeg hoe diep het paard was; iets wat hij zelf liever niet wilde onderzoeken.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20