Hoofdtekst
Een jongen dingende na een hondert oesters, wier hem sulcx afgeraden omdat se te kleyn waeren. 'Wat is daer aen', seyde hij, 'hoe sij kleynder sijn, hoe daer meer in een hondert sullen gaen.'
Beschrijving
Een jongen wilde 100 oesters kopen. De oesters werden hem echter afgeraden, omdat ze zo klein waren. De jongen snapte dit niet, want hoe kleiner ze zijn, hoe meer er in een honderdtal passen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20