Hoofdtekst
Een arme vrouw, haer soontje dapper slaende omdat hij soolang uytgebleven hadt, so seyde hij, soo sagh dat hij gesien hadt dat sij er niet vroeger soude vandaen gekomen. De vrouw vraegde wat hij dan gesien hadt, waerop hij antwoorde: 'Ick sagh een hont in een wiel die gebraên vleesch spon.'
Beschrijving
Een vrouw sloeg haar zoontje omdat deze veel te laat thuis was gekomen. Het zoontje zei dat als zij zoiets had gezien als hij, zij ook niet eerder weg was gegaan. Het zoontje had namelijk een hond met een spinnewiel gezien dat gebraden vlees spon.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20