Hoofdtekst
No. 283. Twee polderjongens uit Hedikhuizen stieten eens bij het uitdiepen van een sloot op een geldkist. Met inspanning van al hun krachten hadden ze 'r al boven water, toen de eene uitriep: "Verduveld , wat is ie zwoar". Die woorden waren nog niet koud of de kist ontglipte aan hun handen en zonk weg in de modderige diepte, zoo diep, dat ze niet meer gevonden kon worden. 8)
Onderwerp
SINSAG 1266 - Das Heben des Schatzes. Schatzhebung misslingt, wegen Verletzung des Schweigegebotes.   
Beschrijving
Twee jongens uit Hedikhuizen proberen een geldkist uit de sloot te trekken. Als eentje een opmerking maakt schiet de kist uit hun handen en zinkt hij dieper weg in de modder, om nooit meer gevonden te worden.
Bron
Noord-Brabantsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie. - [1933], p. 241-242.
Motief
C401.3 - Tabu: speaking while searching for treasure.   
Commentaar
[1933]
Valt onder hoofdstuk en titel(s): IV. Historische Sagen; 1. Verborgen Schatten.
Noten: 8) Volksmond, F. de Bekker.
Ingeleid door Sinninghe (No. 282-284): 'Zwijgen is het eerste gebod van den schatzoeker. Een enkel woord is voldoende om de vijandige krachten te wekken, en de schat, die men reeds in zijn bezit waant, dieper dan ooit in de aarde te doen verzinken. Met altijd weer nieuwe pakkende beelden weet de sage van zulke vruchtelooze pogingen te vertellen'
Ter vergelijking (No. 274-286): Schrijnen, N. Volksk., I, 92; v. d. Bergh, N. Myth., 203-205, 331; Wolf, N. S., No. 297-299, 235, 527, 546; Wolf, D. M. u. S., No. 54, 57, 249, 253, 430, 431; Wall Perné, V. S., I, 23, 44-47, 83-86, 115-118, 126-127; Welters, Limb. S., I, 182-187; Kemp, Limb. S., 64, 73, 120-121, 123-136; Dijkstra, W., I, 151-152; v. Deinse, 422, 450-451; E. V., II, 289-290; III, 4; Volkskunde, XIX, 150-154; de Cock's Teirlinck, No. 120, 181, 672; de Cock, Vl. S., No. 157, 254-257; Eigen Schoon, III, 63, 188-189; Ons Volksl., V, 116-117, 135, 137; VIII, 130, 214; XII, 175-176; III, 40-42; Stroobant, Orig. Scand., 23-24; Limb. Jaa[rb]., II, 20; Cornelissen, N. Volkshumor, I, 184-185. Sébillot, Folkl. de France, table, trésors; Leo Winter, Die deutsche Schatzsage (Wattenscheid 1925); Klimo, Lég. de Hongrie, 64-81; Carnoy, l'Asie Mineure, 359-361; Andrews, Contes Ligures, No. 15, 55; Eigen Haard, 1919, blz. 240-241 (Marokko). Bienemann, Livländische Sagen, No. 208-230. Douglas, Scottish Tales, 193, 208. Sidney Hartland, English Tales, 211, 219, 224.
Noten: 8) Volksmond, F. de Bekker.
Ingeleid door Sinninghe (No. 282-284): 'Zwijgen is het eerste gebod van den schatzoeker. Een enkel woord is voldoende om de vijandige krachten te wekken, en de schat, die men reeds in zijn bezit waant, dieper dan ooit in de aarde te doen verzinken. Met altijd weer nieuwe pakkende beelden weet de sage van zulke vruchtelooze pogingen te vertellen'
Ter vergelijking (No. 274-286): Schrijnen, N. Volksk., I, 92; v. d. Bergh, N. Myth., 203-205, 331; Wolf, N. S., No. 297-299, 235, 527, 546; Wolf, D. M. u. S., No. 54, 57, 249, 253, 430, 431; Wall Perné, V. S., I, 23, 44-47, 83-86, 115-118, 126-127; Welters, Limb. S., I, 182-187; Kemp, Limb. S., 64, 73, 120-121, 123-136; Dijkstra, W., I, 151-152; v. Deinse, 422, 450-451; E. V., II, 289-290; III, 4; Volkskunde, XIX, 150-154; de Cock's Teirlinck, No. 120, 181, 672; de Cock, Vl. S., No. 157, 254-257; Eigen Schoon, III, 63, 188-189; Ons Volksl., V, 116-117, 135, 137; VIII, 130, 214; XII, 175-176; III, 40-42; Stroobant, Orig. Scand., 23-24; Limb. Jaa[rb]., II, 20; Cornelissen, N. Volkshumor, I, 184-185. Sébillot, Folkl. de France, table, trésors; Leo Winter, Die deutsche Schatzsage (Wattenscheid 1925); Klimo, Lég. de Hongrie, 64-81; Carnoy, l'Asie Mineure, 359-361; Andrews, Contes Ligures, No. 15, 55; Eigen Haard, 1919, blz. 240-241 (Marokko). Bienemann, Livländische Sagen, No. 208-230. Douglas, Scottish Tales, 193, 208. Sidney Hartland, English Tales, 211, 219, 224.
Das Heben des Schatzes. Schatzhebung misslingt, wegen Verletzung des Schweigegebotes.
Naam Locatie in Tekst
Hedikhuizen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
