Hoofdtekst
Een poët, die seer dronck, hebbende iets ter eeren van Hendrick de 4e gemaeckt, kreech soo grooten vereering niet als hij wel meynde. Dieswegen seyde hij: 'Sijn Majesteyt moet weten dat ick een goude pen hebbe om der coningen lof en een loode om haer schande te beschrijven.' Hendrick antwoorde: 'Dat geloof ick niet, want hadt gij een goude pen gehadt, gij sout se al lang verdroncken hebben.'
Beschrijving
Een poëet, die veel dronk, had een gedicht geschreven ter ere van Hendrik de Vierde. Voor zijn werk kreeg hij niet de verering die hij had verwacht. Daarom zei hij tegen Hendrik dat hij moest weten dat hij een gouden pen had om de lof van koningen te beschrijven en een loden pen om hun schande te beschrijven. De koning geloofde dit niet, want als de dichter een gouden pen had gehad dan had hij deze al lang verkocht om drank te kopen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Hendrik de Vierde   
Zijne Majesteit   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
