Hoofdtekst
No. 295. Over den laatsten slag vertelt een sage uit Vorstenbosch, een gehucht van Nistelrode.
Achter de bergen leefde voor ongeveer 150 of 200 jaar de brave Ruth Antonius. Velen beweren dat hij een kluizenaar was, anderen zeggen een gewoon boertje, hoe het ook zij, hij bezat de gave der voorspelling.
Hij profeteerde: "Als ik zal sterven zal men mij niet door de voordeur uitdragen, maar door mijn stalletje, achter het huis." En alzoo gebeurde het. 's Morgens voor zijn begrafenis brak er een geweldige onweersbui los, en de zware linde, die zijn erf aan de voorkant beschutte, viel op het huisje, zoodat de voordeur versperd was en Ruth achterom werd gedragen. Maar daarenboven had hij nog gezegd: "met een wit paard brengen ze mij naar het kerkhof." De buren lachten, uren in den omtrek bezat niemand een schimmel. Maar met de een of andere zware karwei ontwrichtte een paard zijn poot, juist het paard van den boer, waarop het lot was gevallen. Wat nu gedaan; een ieder had zijn paard dringend noodig, om ontwortelde boomen op te ruimen na dat zware weer en... de boer moest bij zijn broer, in het naaste dorp, een paard leenen, en jawel, die had een wit paard. Zoo kreeg Ruth voor den tweeden maal gelijk. Nu begon men alles wat hij gezegd had, te gelooven.
Ruth zei dat er op Vorstenbosch een kerk zou komen, met de toren in een bepaalde richting, die kerk staat er nu ongeveer tachtig jaar. Ruth had een dikke honderd jaar vooruit gezien. "Maar dan zal men een nieuwe bouwen, eer de eerste verbruikt zal zijn, met de toren precies den anderen kant op."
Het kerkje is te klein geworden en de nieuwe is in aanbouw en staat met de spits in de richting, die Ruth gezegd heeft.
"Die tweede kerk zal niet voltooid worden, want dan zal door Vorstenbosch een leger trekken, en dan zal de zijgevel van een groot gebouw in Uden er afgeschoten worden.
Vroeger waren er geen huizen met zijgevels in Uden, maar voor twaalf jaar is er het groote College gebouwd met een voorgevel en zie, voor vier jaar werd het te klein en nu is er ook een zijvleugel aan. En iets wat er aanzit, kan er ook weer af, zegt men in Vorstenbosch.
Dan zal er veel bloed vloeien in het blanke bergzand. In het "Lendersgat", een vlakte tusschen de heuvels, zal de strijd gestreden worden. En als die tijd er is, zal er een smid wonen met één oog, en die smid zal het paard van een verstooten of onttroonde koning van Engeland beslaan. En als de koning ijlings zal zijn weggereden, dan zal wie het langst naar zijn schoenen zal zoeken, het slechtste af zijn.
De smid met zijn ééne oog woont al in Vorstenbosch. De dorpssmid met het eene glazen oog, is een vreemde, die niet bewust is dat hij de uitverkorene is; en niemand durft 't hem te zeggen; maar in Ruth's voorspelling heeft iedereen een onwankelbaar vertrouwen gekregen. 8)
Achter de bergen leefde voor ongeveer 150 of 200 jaar de brave Ruth Antonius. Velen beweren dat hij een kluizenaar was, anderen zeggen een gewoon boertje, hoe het ook zij, hij bezat de gave der voorspelling.
Hij profeteerde: "Als ik zal sterven zal men mij niet door de voordeur uitdragen, maar door mijn stalletje, achter het huis." En alzoo gebeurde het. 's Morgens voor zijn begrafenis brak er een geweldige onweersbui los, en de zware linde, die zijn erf aan de voorkant beschutte, viel op het huisje, zoodat de voordeur versperd was en Ruth achterom werd gedragen. Maar daarenboven had hij nog gezegd: "met een wit paard brengen ze mij naar het kerkhof." De buren lachten, uren in den omtrek bezat niemand een schimmel. Maar met de een of andere zware karwei ontwrichtte een paard zijn poot, juist het paard van den boer, waarop het lot was gevallen. Wat nu gedaan; een ieder had zijn paard dringend noodig, om ontwortelde boomen op te ruimen na dat zware weer en... de boer moest bij zijn broer, in het naaste dorp, een paard leenen, en jawel, die had een wit paard. Zoo kreeg Ruth voor den tweeden maal gelijk. Nu begon men alles wat hij gezegd had, te gelooven.
Ruth zei dat er op Vorstenbosch een kerk zou komen, met de toren in een bepaalde richting, die kerk staat er nu ongeveer tachtig jaar. Ruth had een dikke honderd jaar vooruit gezien. "Maar dan zal men een nieuwe bouwen, eer de eerste verbruikt zal zijn, met de toren precies den anderen kant op."
Het kerkje is te klein geworden en de nieuwe is in aanbouw en staat met de spits in de richting, die Ruth gezegd heeft.
"Die tweede kerk zal niet voltooid worden, want dan zal door Vorstenbosch een leger trekken, en dan zal de zijgevel van een groot gebouw in Uden er afgeschoten worden.
Vroeger waren er geen huizen met zijgevels in Uden, maar voor twaalf jaar is er het groote College gebouwd met een voorgevel en zie, voor vier jaar werd het te klein en nu is er ook een zijvleugel aan. En iets wat er aanzit, kan er ook weer af, zegt men in Vorstenbosch.
Dan zal er veel bloed vloeien in het blanke bergzand. In het "Lendersgat", een vlakte tusschen de heuvels, zal de strijd gestreden worden. En als die tijd er is, zal er een smid wonen met één oog, en die smid zal het paard van een verstooten of onttroonde koning van Engeland beslaan. En als de koning ijlings zal zijn weggereden, dan zal wie het langst naar zijn schoenen zal zoeken, het slechtste af zijn.
De smid met zijn ééne oog woont al in Vorstenbosch. De dorpssmid met het eene glazen oog, is een vreemde, die niet bewust is dat hij de uitverkorene is; en niemand durft 't hem te zeggen; maar in Ruth's voorspelling heeft iedereen een onwankelbaar vertrouwen gekregen. 8)
Beschrijving
Ruth Antonius, een kluizenaar (of gewone boer) in de buurt van Vorstenbosch, maakt een aantal merkwaardige voorspellingen rondom zijn dood. Tot grote verbazing van zijn buren komen ze allemaal uit. Vanaf dat moment gelooft iedereen in de voorspellingen die Ruth tijdens zijn leven heeft gemaakt, en ze komen stuk voor stuk ook uit.
Bron
Noord-Brabantsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie. - [1933], p. 255-256.
Commentaar
[1933]
Valt onder hoofdstuk en titel(s): IV. Historische Sagen; 2. Profetieën; e. Johannes van Leliëndaal.
Noten: 8) Volksmond, mej. M. v. d. Bergh.
Toelichting (No. 293-296): In de veertiende eeuw, aldus Sinninghe, schreef ene Johannes van Lilienthal, Augustijner prior te Utrecht, een profetie. Deze profetie is in de volksverhalen terecht gekomen, en is hierin door de tijd heen aan veranderingen onderhevig geweest. Hieruit zijn een aantal sagen voortgekomen die op elke plek weer anders worden verteld.
Ter vergelijking (No. 287-296): K. ter Laan, "Prophecye van Jaarfke". (Groningen, 1931); K. ter Laan in E. V., IV, 97-99.
Noten: 8) Volksmond, mej. M. v. d. Bergh.
Toelichting (No. 293-296): In de veertiende eeuw, aldus Sinninghe, schreef ene Johannes van Lilienthal, Augustijner prior te Utrecht, een profetie. Deze profetie is in de volksverhalen terecht gekomen, en is hierin door de tijd heen aan veranderingen onderhevig geweest. Hieruit zijn een aantal sagen voortgekomen die op elke plek weer anders worden verteld.
Ter vergelijking (No. 287-296): K. ter Laan, "Prophecye van Jaarfke". (Groningen, 1931); K. ter Laan in E. V., IV, 97-99.
Naam Overig in Tekst
Ruth Antonius   
Lendersgat   
Naam Locatie in Tekst
Vorstenbosch   
Nistelrode   
Uden   
Engeland   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
