Hoofdtekst
Bij een graef (die sijne raetsheeren scherp verboden hadt dat se geen giften souden nemen) quam een van sijn onderdanen en seyde: 'Ick geloof dat Sijn Excellentie meent dat ick een raetsheer ben.' 'Waerom?', seyde de graef. 'Omdat mij Sijn Excellentie noyt iets gegeven heeft', seyde hij.
Beschrijving
Een graaf had zijn raadsheren scherp verboden om giften aan te nemen. Eén van zijn onderdanen kwam naar de graaf toe en zei: 'Ik geloof dat de koning denkt dat ik een raadsheer ben, hij heeft mij namelijk nog nooit iets gegeven.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Zijn Excellentie   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
