Hoofdtekst
Een dief sullende gehangen werden, riep een barbier tot sich, seggende: 'Meester, ick heb veel hooren seggen dat iemant noyt ter ader gelaten sijnde, voor d'eerste mael hem het leven doet behouden. Ick sweer u dat ick noyt gelaten ben. Cont gij mij nu hiervan door 't laten bevrijden, soo sal ick seggen dat het seecker gaet.'
Beschrijving
Een dief, die opgehangen zou worden, riep een kapper bij zich. Hij zei gehoord te hebben dat een aderlating iemand, die nog nooit een aderlating had gehad, het leven kon redden. De dief had nog nooit een aderlating gehad en vroeg aan de kapper of hij dit nu bij hem wilde doen, zodat hij bevrijd zou worden.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20