Hoofdtekst
Iemant seyde tegen een ander: 'Dit scheermes heb ick flus gekogt, 't is soo scherp als een vlijm.' 'Laet ick eens sien', seyde d'ander, en het besoeckende seyde: 'Mij dunckt seecker dat het heel bot is.' De eygenaer nam het wederom, en het haer wat van de hant schrappende, seyde: 'Sie daer, is dat bot gelijck gij segt? Maer gij scheert er de geck mee.' 'Ick doe niet', seyde de ander, 'maer gij scheert daer selver de geck mede.'
Beschrijving
Iemand beweerde tegen een ander dat zijn scheermes, dat hij net had gekocht, zeer scherp was. De ander bekeek het mes en beweerde juist dat het mes zeer bot was. De eigenaar pakte het mes weer en haalde er wat haren op zijn hand mee weg. Hij zei: 'Ziet u wel dat het scherp is. Maar u scheert er de gek mee.' De ander antwoordde hierop: 'Dat doe ik niet, u scheert er zelf de gek mee.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20