Hoofdtekst
Een schuldenaer van een Fransche cramer hadt langen tijt het Halstraetjen gemeyt, doch de Fransche cramer hem elders vindende, seyde na veel propoosten: 'Mijnheer, gij weet immers wel dat er noch soo wat staet.' ' 't Can sijn', seyde hij, 'maer staet er noch wat, het staet mij niet in de weegh. Staet het u in de weech, gij cunt het wech doen.'
Beschrijving
Een debiteur van een Franse kramer probeerde hem lange tijd te vermijden. De kramer wist hem toch te vinden en zei hem dat hij wel wist dat er nog wat stond. De debiteur antwoordde: 'Dat kan zo zijn, maar het staat mij niet in de weg. Als het u in de weg staat, dan kunt u het weg doen.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Frans   
Naam Locatie in Tekst
Halsstraatje   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
