Hoofdtekst
Een gierigaert, die iemant op Rijnsche wijn genodicht hadt, tapte half Rijnsche en half Frans. D'ander proevende, seyde: 'Dit is geen Rijnsche wijn.' De gierigaert seyde: ' 't Is waer, de wijn is gemengt, maer daer is Rijnsche wijn onder.' De gast sette daerop 't glas aen sijn mont en dronck het uyt. Als de vreck suyr sach, seyde de gast: 'Wel, hoe siet gij mij soo bang aen, gij seyt immers doen ick in het eerst geen Rijnsche wijn proefde, ick verseker u daer is Rijnsche wijn onder. En omdat ick se boven niet proefde, dacht ich dat sij onder was en daerom heb ick 't glas uytgedroncken en heb al evenwel geen Rijnsche wijn geproeft.'
Beschrijving
Een gierigaard nodigde iemand uit om Rijnse wijn te komen drinken. Hij mengde de Rijnse wijn echter met Franse wijn. Zijn gast proefde de wijn en zei geen Rijnse wijn te proeven. De gierigaard zei dat dit klopte, de wijn was vermengd, maar er was zeker ook Rijnse wijn onder. Hierop dronk de gast in één teug zijn hele glas leeg, waarop de gierigaard hem boos aankeek. De gast zei echter dat de gierigaard zelf had gezegd dat er Rijnse wijn onder was en omdat hij deze wijn boven niet had geproefd, dacht hij dat ze onder zat. Hij dronk het glas daarom snel leeg, maar ook onder had hij de Rijnse wijn niet geproefd.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Rijns   
Frans   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
