Hoofdtekst
Relinger quam verbij de Maelliebaen te paert rijden. Wittienhorst en Mal (dat allebey baronnen willen sijn) spraken hem aen en vraegden hem op 't lest voor hoeveel hij sijn paert afstaende was. Hij seyde dat het niet te coop en was. Sij daerom niet ophoudende seyden: 'Wel eyscht daervoor wat gij wilt.' Den anderen, van dat onbehoorlijck teemen oock gram wordende, seyde: 'Wel geeft mij u baronnie daervoor.'
Beschrijving
Relinger reed paard en kwam Wittienhorst en Mal tegen, die allebei graag baron wilden zijn. Zij vroegen hem voor hoeveel geld hij zijn paard wilde afstaan. Het paard was volgens Relinger niet te koop, maar de mannen bleven aandringen en zeiden dat hij mocht vragen wat hij wilde. Relinger, die nu boos werd, zei: 'Geef mij uw baronie voor mijn paard.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Relinger   
Wittienhorst   
Naam Locatie in Tekst
Mal   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
