Hoofdtekst
Eindelijk, in een decembernacht, bestormde de vijand den burcht en veroverde hem. Maar heer Willem van Duivenvoorde was met zijn dochterken en de krijgslieden door eeh onderaardsche gang ontkomen naar het Karthuizerklooster binnen Geertruidenberg.
Hij had de kettingen der brug met beddelakens omgeven, de brug met dekens bedekt en de hoeven der paarden met vilt omwonden. Zoo was hij onder de oogen van den vijand ontsnapt.
Woedend dat die kostbare vogel letterlijk onder zijn hand was weggevlogen, liet de aanvoerder der Kabeljauwschen het Huis aan vier kanten in brand steken.
Even buiten Oosterhout staat nog de ruïne, Slotbosschetoren geheeten. 2)
Voor eenige jaren heeft men nog getracht in die onderaardsche gang door te dringen, maar door "de stiklucht" gingen de kaarsen uit. 2)
Een andere gang voerde van de kerk van Geertruidenberg naar het "Klooster", nu een hoeve aan den straatweg, waarbij in een weiland nog verschillende grafzerken liggen. 4)
Onderwerp
SINSAG 1236 - Der unterirdische Gang. Belagerte entkommen.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Noten: 2) Volksmond; 4) Volksmond; Mr. P. J. A. M. van Dortmond.
Naam Overig in Tekst
Hoeken   
Kabeljauwen   
Hoekse en Kabeljauwse Twist   
Grauwmuts   
Huis te Strijen   
Willem van Duivenvoorde   
Karthuizerklooster   
Slotbosschetoren   
Naam Locatie in Tekst
Geertruidenberg   
Oosterhout   
