Hoofdtekst
De Spagniaerts klaegden aen keyser Carel de Vijfde dat hij altoos Duytschen in sijn hof gebruykte en versochten dat hij haer uyt sijn hof soude laten gaen. De keyser ontboot de Duytschen eens in presentie van de Spagniaerts, en seyde dat hij haer versoeck toestont, rees daermet op, seggende tot de Duytschen: 'Comt, volgt mij, want ick ben oock een Duytsch. Wij moeten altemael het hof uyt.' De Spagniaerts, dat siende, vielen hem te voet en baden om vergiffenis.'
Beschrijving
De Spanjaarden klaagden bij keizer Karel de Vijfde over het feit dat er Nederlandstaligen in zijn hof verbleven. Zij wilden dat de keizer hen uit het hof zou zetten. De keizer ontbood de Spanjaarden en Nederlandstaligen en zei met het verzoek in te stemmen. Tegen de Nederlandstaligen zei hij, terwijl hij opstond: 'Volg mij, we moeten allemaal het hof uit, want ik ben ook een Nederlandstalige.' De Spanjaarden knielden voor hem neer en baden om vergiffenis.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Duytsch   
Nederlands   
Nederlandstalig   
Spanjaard   
Karel de Vijfde   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
