Hoofdtekst
Iemant eyschte een papiertje om sijn toebacqspijp aen te steecken. D'ander bracht hem een kooltje viers. 'Dat papiertje is heel goet', seyde hij, 'daer heeft altoos niemant sijn gat aen geveegt.'
Beschrijving
Iemand vroeg om een papiertje om zijn tabakspijp aan te steken. Een ander bracht hem een gloeiend kooltje. Hij zei: 'Dat papiertje is heel goed, daar heeft tenminste niemand zijn gat mee afgeveegd.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20