Hoofdtekst
Twee Gasconjers dreigden malcanderen. D'een seyde: 'Ick sal u soo hoog schoppen dat al hadt gij thien korven met broodt bij u, gij noch van honger sout sterven eer gij neder quaemt.' D'ander seyde: 'Ick sal u suffletteeren dat gij over u hooft in de aerde sult versincken en dat alleenich u hant maer sal uytsteken om mij te salueren.'
Beschrijving
Twee Gasconjers waren elkaar aan het bedreigen. De één zei: 'Ik zal je zo hoog trappen dat je, al nam je tien manden brood mee, van honger zal sterven voordat je weer op aarde neervalt. De ander zei: 'Ik zal je zo hard slaan dat je tot aan jouw hoofd in de aarde zal komen en dat alleen jouw hand nog uit zal steken om mij te begroeten.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Gasconjers   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
