Hoofdtekst
Alderwerelt, Duyvel en Helschevier in compagnie rysende, quamen aen een frontierstadt, alwaer sij hun namen opgevende, soo meende de gouverneur dat se met hem geckten, geboot derhalven dat sij haer rechte namen souden seggen. Maer sij verclaerende alsoo hun namen te sijn als sij geseyt hadden, soo seyde de gouverneur: 'Nu mach men wel seggen dat al de werelt met duyvel en 't helsche vier op de been is.'
Beschrijving
Helewereld, Duivel en Hellevuur reisden in elkaars gezelschap. Toen zij bij een grensstad aankwamen en hun namen opgaven, dacht de gouverneur dat ze hem voor de gek hielden en hij beval hen hun echte namen op te geven. Toen zij volhielden hun echte namen te hebben gezegd, zei de gouverneur: 'Nu kan men wel zeggen dat de hele wereld met de duivel en het hellevuur op de been is.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Duivel   
Hellevuur   
Helewereld   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
