Hoofdtekst
Een catholyckse vrouw hadt Menniste buyren, welckers hont dickwels tot haeren 't quam loopen. Hij wiert op 't lest soo gewent dat hij veeltijts met sijn buyrvrouw uyt liep, onder anderen oock eens op een avont dat sij beevaert ginck doen. Den hont volgde haer stemmich na. Sij dat siende, seyde: 'Beesje, beesje, gij meugt bij Mennisten woonen, maer 't is goet te sien dat gij catholycks in u hart sijt.'
Beschrijving
Een katholieke vrouw werd altijd gevolgd door de hond van haar mennistische buren, zo ook op een avond toen de vrouw bedevaart ging doen. De vrouw zei tegen de hond: 'Beestje, beestje, je mag dan bij mennisten wonen, het doet mij goed om te zien dat je in je hart katholiek bent.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Mennoniet   
Mennist   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
