Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINBRABSAG345 - Van den boer die zijn koe aan St. Antonius verkocht.

Een sprookje (boek), 1933

Hoofdtekst

No. 345. Er was eens een heele domme boer, die een schrandere vrouw had. Zij regeerde het huis, kocht en verkocht, regelde de werkzaamheden van de boerderij, en zorgde dat alles goed bleef gaan. Maar op zekeren dag bezeerde zij haar voet, zoodat ze niet meer loopen kon en dus in huis moest blijven. Nu hadden ze een koe die verkocht moest worden, en er zat niets anders op dan dat de boer er mee naar de markt zou gaan. Ze woonden wel een paar uur van de markt af, en Hannes moest dus al vroeg op weg. Maar vooraf, al dagen tevoren, had zijn vrouw hem aan het verstand gebracht hoe hij handelen moest, als er kooplieden naar de koe kwamen kijken. "Ge moet vooral niet veel praten" zei ze, "want dan merken ze hoe dom ge zijt. Ook moet ge niets te maken willen hebben met kooplui die veel praten, want praters zijn geen koopers. En zorg vooral dat ge de koe niet voor minder dan honderdzestig gulden verkoopt; willen zij dien prijs niet besteden, breng het beest dan terug, maar doe uw best het te verkoopen, want we hebben geld noodig voor de pacht." "Och," zuchtte ze, "kon ik zelf maar gaan! Wat is het toch een last als men zoo'n dommen man heeft!"
Die laatste opmerking trok Hannes zich wel wat aan, en hij nam zich stellig voor zoo te handelen, dat zijn vrouw tevreden over hem zou zijn. Hij trok dus op dien dag naar de markt. Het was een drukke marktdag en er waren veel liefhebbers voor zijn koe. Het beest werd bevoeld en betast, maar de kooplui waren drukke praters, en dat stond Hannes niet aan, want hij dacht aan de woorden van zijn vrouw: "Praters zijn geen koopers". Hannes was stom als een visch, en als men hem vroeg wat hij dacht van hun bod, dan schudde hij het hoofd, en zei alleen: "Ge kunt de koe niet krijgen." De kooplui dropen dus af, en het boertje bleef eindelijk zoowat alleen op de markt over. "Ja", dacht hij, "nu moet ik toch weer op huis aan. Kooplui die niet praten, die komen er toch niet; maar wat zal het wijf zeggen als ik de koe weer thuis breng. Ze zal me weer voor een domkop uitmaken en toch heb ik juist gedaan wat ze gezegd heeft."
Zoo wandelde Hannes dan met zijn koe naar huis. Onderweg kwam hij door een dorpje en langs een kerkje dat juist open stond. "Wel ja", dacht hij, "daar wil ik eens een kijkje nemen, misschien vind ik daar nog een koopman." Nu was er juist dien dag een bedevaart geweest naar het beeld van St. Antonius, dat in die kerk stond, en daarom was de deur nog open. Maar het was al zoo laat dat er niemand meer in de kerk was. Het boertje ging met zijn koe naar binnen en bond het beest aan een kerkbank vast. Hij zelf liep door, want hij had daar iemand gezien, die heel stil stond en geen woord sprak, namelijk het beeld van St. Antonius. Dit stond op een verhooging tegen de muur en St. Antonius had een gewone monnikspij aan en een varken naast zich. Nu was Hannes bijna nooit in een kerk geweest, en hij wist niets van die beelden af. Hij zag St. Antonius dus voor een levende varkenskoopman aan, en dacht: "Als hij varkens koopt, zal hij mijn koe ook wel willen hebben. Hij ging dus vlak voor het beeld staan, knikte eens, en zei: "Kom er eens af vrind, dan zal ik u mijn koe verkoopen. Daar ginds staat ze. 't Is een best beest!" Maar alles bleef stil. "Een prater zijt ge niet", zei Hannes, "maar goed, als ge liever uw gemak houdt, blijf daar dan maar staan, en zeg maar zoo, wat ge voor het beest wil geven." Alles bleef stil. "Nou, zwijg dan maar, want veel praten, daar houdt het wijf niet van. Knik maar ja of neen, als ik den prijs zeg dien het beest moet kosten. Wilt ge het hebben voor honderdzestig gulden?" Maar St. Antonius antwoordde niet, en hij knikte ook niet. Toen werd de boer kwaad. Hij nam zijn stok en sloeg St. Antonius, dat hij op zijn voetstuk waggelde; en kijk! daar viel een zak met geld voor Hannes zijn voeten op den grond neer. "Zie zoo", zei hij, "dat wist ik wel dat ge mijn koe zou koopen; had maar gesproken, dan had ik u niet geslagen."
Tevreden nam hij het geld op en ging er mee de kerk uit, en zoo kwam hij thuis. Hij wierp de vrouw het geld in de schoot en zei: "Zie zoo, mij dunkt, gij zult niet meer zeggen dat Hannes dom is!" De vrouw telde het geld en telde wel vijf honderd gulden. Ze was een en al verbazing en vroeg hoe Hannes het wel had aangelegd om zooveel geld voor de koe te krijgen en hoe de koopman er wel uitzag, want ze kon maar niet begrijpen, hoe de menschen zoo gul en Hannes zoo slim geworden waren. Hannes vond het maar het best om niet zooveel van het gebeurde in de kerk te vertellen, want hij dacht; als ik haar vertel dat ik den koopman afgeranseld had, dan zal het wel niet pluis zijn. Hij zei dus alleen, dat het een varkenskoopman was en dat hij hem de geldzak, zonder verder loven of bieden, voor de voeten geworpen had. En daar bleef het bij.
Niet lang nadat Hannes de kerk uitgegaan was, kwam de koster om de deur te sluiten. Hij vond daar een koe aan de bank vastgebonden, en hij begreep er niets van. Maar hij zag ook dat er iets gebeurd was met het beeld van St. Antonius, en toen sloeg hem de schrik om het hart, want achter het beeld bewaarde hij zijn spaarduitjes. En, jawel, het bleek dat die verdwenen waren. Hij had lang gespaard om zooveel geld bij elkaar te krijgen, en meende dat het daar veilig was; en nu was alles weg. En dan een koe in de kerk! Hij dacht al aan een mirakel, want van zulke vreemde dingen had hij nog nooit gehoord. Hij besloot dus den pastoor te waarschuwen, maar die kon er ook geen touw aan vastknoopen. Dieven die geld stelen, zijn niet gewoon er wat anders voor in de plaats te geven. Eindelijk bedachten ze dat er markt geweest was. De koe was dus misschien gestolen en nu hier in de kerk achtergelaten omdat de dief zich ontdekt achtte; maar hoe hij daarbij het geld van den koster gevonden had, dat begrepen ze niet. "Ja", zei de pastoor, "ga nu maar gauw naar den veldwachter, misschien kan die den dief nog achterhalen." Maar dat wou de koster niet. "De zaak moet stil blijven, want als mijn vrouw het wist, zou ze mij nog uitlachen op den koop toe en ik kan nooit meer iets besparen, want mijn vrouw breekt het geld met hamers". "Nu", zei de pastoor, "Neem dan de koe mee naar huis, en zeg aan uw vrouw dat het een present van mij is, dan hebt ge toch iets voor het verloren geld."
Zoo gezegd, zoo gedaan. De koster kwam met de koe thuis, en zijn vrouw was wel verwonderd over zoo'n groot geschenk, vooral ook, omdat de pastoor anders zuinig was en er zelf ook niet al te breed bijzat, maar de koster nam alle twijfel weg, door te zeggen, dat ze het dan maar zelf aan de pastoor moest vragen. De koe werd dus op stal gezet en de vrouw had schik in het beest en zorgde er goed voor. Zij kreeg zin in het werk, en inplaats van koffiepartijtjes te houden, of de buurt af te loopen, was ze gedurig met de koe bezig. Het dier gaf veel melk, want het was een best beest, en de vrouw die vroeger maar onnadenkend geld uitgaf, werd spaarzaam nu ze zag dat het moeite kostte om wat te verdienen. Zoo hadden ze weldra geld genoeg overgespaard om een tweede koe te koopen, toen kochten ze een stukje land en op het oogenblik is de koster een welgesteld man met een heele stal vee en veel land.
Ook de boerderij van Hannes ging goed vooruit toen de vrouw over wat meer geld te beschikken had en sedert dien tijd durfde ze hem nooit meer te verwijten dat hij dom was, al was hij ook niet snuggerder dan vroeger.
Zoo waren er twee huishoudens gelukkig geworden door dat verkoopen van die koe aan St. Antonius.

Onderwerp

AT 1643 - The Broken Image    AT 1643 - The Broken Image   

ATU 1643 - Money inside the Statue    ATU 1643 - Money inside the Statue   

Beschrijving

Hannes, een domme boer, wordt door zijn vrouw naar de markt gestuurd om een koe te verkopen. Ze geeft hem een aantal adviezen voor het onderhandelen: 'praters zijn geen kopers', en ' de koe is minstens honderdzestig gulden waard'. Hannes, die het eerste advies van zijn vrouw veel te letterlijk opneemt, weet de koe niet te verkopen op de markt. Als hij op de terugweg langs een kerk komt ziet hij een beeld van Sint Antonius aan voor een koopman. Het beeld wil niet antwoorden op het aanbod van Hannes om hem zijn koe te verkopen, en dus slaat de boer het beeld met een stok. Daarop komt er een zak met geld achter het beeld vandaan rollen. Hannes neemt het geld mee, en laat de koe in de kerk achter. Thuis aangekomen verbaast hij zijn vrouw door met maar liefst vijfhonderd gulden aan te komen zetten. Wat Hannes niet weet is dat de vijfhonderd gulden het spaargeld was van de koster van de kerk, die dit achter het beeld verstopt had. De koster neemt als vergoeding voor het verloren geld dan maar de koe mee naar huis. Zijn vrouw, die voorheen nogal veel geld uitgaf, gaat zich actief met de koe bezig houden en heeft geen tijd meer om geld over de balk te smijten. Zo worden beide huishoudens er beter op.

Bron

Noord-Brabantsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie. - [1933], p. 293-297.

Commentaar

[1933]
Valt onder hoofdstuk en titel(s): V. Sprookjes.
Bron: Boekenoogen in Volksk. XIV, 238-241. Opgeteekend te Helvoirt in 1894.
Ter vergelijking: de Mont's de Cock, VI. Vertelsels, No. 73. Köhler, Kl. Schriften, I, 51; 99 vlg.
The Broken Image

Naam Overig in Tekst

Hannes    Hannes   

Sint Antonius    Sint Antonius   

St. Antonius    St. Antonius   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20