Hoofdtekst
Een moeder seyde tegen haer soon, die eene dronckaert was: 'Gij sult long en lever verdrincken.' 'Ick sal niet, moertje', seyde hij, 'solang ick een mantel hebbe om te versetten.'
Beschrijving
Een moeder zei tegen haar zoon, die een dronkaard was: 'Jij zult je longen en je lever nog verdrinken (kapot drinken).' De zoon antwoordde alsof ze bedoelde dat hij met longen en lever zou moeten betalen: 'Nee hoor, niet zolang ik een mantel heb om voor het drinken te kunnen betalen (borgen)'.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20