Hoofdtekst
Ter verduidelijking van Aant. 1950, fol. 419 D wordt bijgaande geschematiseerde figuur, samengesteld uit de vijf potloodschetsen die Jannetje Moes, zo zegt zij, naar eigen waarnemingen vervaardigde van wat zij noemt „klabouters”, bijgevoegd. [Vermeld zij, dat Jannetje in haar jeugd te Gent werkte als dienstbode.]
Een aanvulling (no. III) wordt gegeven bij Aant. 1950, fol. 419 H: wat de grootte der „klabouters” betreft zegt Jannetje Moes hier: „ze komen hoogstens tot m’n knie”, maar, „ze kunnen zich groter en kleiner maken”, „soms wel tot mijn heup”. -De kleur van muts, pak en puntlaarzen is veelal „grijzig”, „bruingrijs” of „groengrijs”, maar wordt soms „schel”, allerlei „helle kleuren”. De „klabouters”, zegt Jannetje, hebben „haast nooit een baard of knevel”. Hun gezicht is rimpelig, maar meestal niet oud”. Zij hebben een lange, puntige neus en soms is te zien, dat zij „lange oren” hebben”.- In het gesprek, vermeld in de aanvulling no. IV, Aant. 1950, fol. 425, vertelt Jannetje Moes dat „klabouters” „uit wazigheid” tevoorschijn komen en vaak ook weer „in wazigheid” verdwijnen. Alle mededelingen van de 79-jarige Jannetje Moes zijn samengevoegd in §312 -DD/1950.-
Een aanvulling (no. III) wordt gegeven bij Aant. 1950, fol. 419 H: wat de grootte der „klabouters” betreft zegt Jannetje Moes hier: „ze komen hoogstens tot m’n knie”, maar, „ze kunnen zich groter en kleiner maken”, „soms wel tot mijn heup”. -De kleur van muts, pak en puntlaarzen is veelal „grijzig”, „bruingrijs” of „groengrijs”, maar wordt soms „schel”, allerlei „helle kleuren”. De „klabouters”, zegt Jannetje, hebben „haast nooit een baard of knevel”. Hun gezicht is rimpelig, maar meestal niet oud”. Zij hebben een lange, puntige neus en soms is te zien, dat zij „lange oren” hebben”.- In het gesprek, vermeld in de aanvulling no. IV, Aant. 1950, fol. 425, vertelt Jannetje Moes dat „klabouters” „uit wazigheid” tevoorschijn komen en vaak ook weer „in wazigheid” verdwijnen. Alle mededelingen van de 79-jarige Jannetje Moes zijn samengevoegd in §312 -DD/1950.-
Beschrijving
Klabouters kunnen van grootte en van kleur veranderen. Zij verschijnen uit wazigheid en verdwijnen vaak ook weer in wazigheid. Klabouters hebben haast nooit een baard, zijn rimpelig, maar meestal niet oud, hebben een lange, puntige neus en lange oren.
Bron
J.H.W. Eldermans, Aardgeesten, Gnomen, Kabouters, etc.. Restanten no. 16B. Een handgeschreven, ongepubliceerd manuscript. Manuscript eigendom van het Museum of Witchcraft, Boscastle, Cornwall, UK.
Commentaar
1950
Eldermans heeft dit verhaal gehoord van de, toentertijd, 79-jarige Jannetje Moes. Moes werkte in haar jeugd als dienstbode in Gent.
Zie onder 'Beeld' voor een afbeelding van de pagina uit het manuscript.
Zie onder 'Beeld' voor een afbeelding van de pagina uit het manuscript.
Naam Overig in Tekst
Jannetje Moes   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
