Hoofdtekst
Documentatie § 46-II/ 1942: „Viskedieken” = Visschedijk, Almelo. (Verslag no. XII). In het begin van de 19e eeuw, het einde van de Franse overheersing, overnachtte een transport, begeleid door kozakken, op de Visschedijk. Op een der zwaar beladen wagens - de wielen zakten diep in de berm van de weg- stond een gering aantal kleine vaatjes, die dus, zo meenden de nieuwsgierige omstanders, zeer zwaar moesten zijn. Dit trok ook de aandacht van een nabij wonende boer en diens zoon, die het geval in het oog hielden. Toen de schildwacht zich 's nachts even had verwijderd, namen vader en zoon een vaatje van de wagen tenein- zich dat toe te eigenen. De schildwacht keerde echter onverwachts terug en ontdekte de diefstal. Hij achtervolgde in het duister en tussen de houtwallen de vader, die het vaatje op zijn schouder droeg -de zoon was in een andere richting gevlucht. De schildwacht schoot tijdens de achtervolging op de vader en doodde de man, die het vaatje inmiddels had weggeworpen. De zoon had, evenals enkele buren, een en ander zo nauwkeurig mogelijk gevolgd toen hij meende in veiligheid te zijn. Hij, én de buren waren er van overtuigd dat het vaatje door de kozakken niet was teruggevonden. Later vernam men, dat zulke vaatjes veelal waren gevuld met zilvergeld, soms zelfs met goudgeld, zodat men in de omgeving bleef zoeken naar de plaats waar het vaatje kon zijn gebleven. Echter zonder resultaat.... Tot een veertigtal jaren later de zoon een boerenknecht aannam, die van Manderveen kwam, een vreemde, eenzelvige knaap. Toen deze knecht het verhaal over het waardevolle vaatje vernam, vroeg hij enige dagen vrij en vertrok naar zijn geboortestreek, waar hij met toverij het contact vernieuwde met daar verblijvende aardgeesten, kabouters. De knecht wist aldus een van deze kabouters mee te lokken naar de Visschedijk waar het aardmannetje hem op een geheimzinnige wijze en zonder woorden of gebaren duidelijk maakte waar het vaatje - dat in een kolk diep in de veenderrie was gezakt- zich bevond.... [Zo groot was in die jaren de trouw en eerlijkheid van het personeel, dat de knecht het vaatje, dat gevuld bleek te zijn met zilverstukken, triomfantelijk naar zijn patroon bracht....] Documentatie §46- VI/ 92 bevat meer topografische details en personalia.-
Beschrijving
Tegen het einde van de Franse overheersing overnachtte een transport, begeleid door kozakken, op de Vissedijk in Almelo. Op één van hun wagens stonden enkele kleine vaatjes, die volgens omstanders erg zwaar en dus ook kostbaar moesten zijn. Een vader en zoon probeerden één van deze vaatjes te stelen, maar werden betrapt. De jongen ontsnapte, maar de vader werd doodgeschoten. Tijdens zijn vlucht had de vader het vaatje weggegooid. Dit vaatje werd nooit teruggevonden, totdat er veertig jaar later een boerenknecht de hulp van een kabouter inschakelde. Deze vond het vaatje, dat gevuld was met zilverstukken, op geheimzinnige wijze weer terug.
Bron
J.H.W. Eldermans, Aardgeesten, Gnomen, Kabouters, etc.. Restanten no. 16B. Een handgeschreven, ongepubliceerd manuscript. Manuscript eigendom van het Museum of Witchcraft, Boscastle, Cornwall, UK.
Commentaar
1942
Zie onder 'Beeld' voor een afbeelding van de pagina uit het manuscript.
Naam Overig in Tekst
Frans   
Naam Locatie in Tekst
Almelo   
Visschedijk   
Vissedijk   
Manderveen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
