Hoofdtekst
Bij §6, Aant. 1946, sub 21-IV: „Toen God de planten schiep gaf hij de dopheide twaalf bloempjes, twaalf kleine lichtbollen om Zijn licht te verspreiden. De Duivel had niets om zijn boodschap te verspreiden en was jaloers. Daarom plukte hij bloempjes van de heidestruiken. De aardmannetjes zagen dat en waren verschrikt en boos. Zij besloten de Duivel een hak te zetten! Het volgende voorjaar zorgden zij dat de dopheide ging bloeien, niet met twaalf, maar met dertien en zelfs vijftien bloempjes. De Duivel zag deze vermeerdering en werd ernstig boos. Hij haalde diep adem en blies verontwaardigd een grote, zwarte wolk over de heide. Dat had tot gevolg dat de dopheide nog steeds zwarte puntjes vertoont…”
Beschrijving
Toen God de planten schiep gaf hij de dopheide twaalf bloempjes om Zijn licht te verspreiden. De duivel had niets om zijn boodschap te verspreiden en was jaloers. Hij plukte daarom alle bloemen van de heidestruiken. De aardmannetjes zagen dit en besloten de duivel een hak te zetten. Zij zorgden ervoor dat de heidestruik het volgende voorjaar niet twaalf, maar wel vijftien bloemen had. De duivel werd hier zeer boos om en blies een grote, zwarte wolk over de heide. Dat had tot gevolg dat de dopheide nog steeds zwarte puntjes vertoont.
Bron
J.H.W. Eldermans, Aardgeesten, Gnomen, Kabouters, etc.. Restanten no. 16B. Een handgeschreven, ongepubliceerd manuscript. Manuscript eigendom van het Museum of Witchcraft, Boscastle, Cornwall, UK.
Commentaar
1946
Zie onder 'Beeld' voor een afbeelding van de pagina uit het manuscript.
Naam Overig in Tekst
God   
Duivel   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
