Hoofdtekst
„Harmen van Eck”, &c.: „Mevr. N.v.E.-S = zie §4, Aant. ’51, fol. 466i:
„Moeder heeft haar ontmoetingen met kabouters, naar zij zegt, in „alle jaargetijden”, het goede of slechte weer speelt daarbij geen rol./ Zij ontmoet de kabouters niet op alle tochten die ze „in de vrije natuur” maakt. „Lang niet!” Misschien „toen of twaalf keer” per jaar ziet ze zo’n „kleine vriend” en dan nog lang niet altijd even scherp en duidelijk. Meermalen trekken de kabouters zich vrij snel terug in „een verdwijnende nevelvlek”./ Het „geestelijk contact” met de kabouters ontstaat ook niet bij iedere ontmoeting, of „misschien is het er wel”, maar „merk je het dan niet”. Over de inhoud van dat „geestelijk contact” – „een soort telepathie” – laat moeder zich nooit uit./ Moeder uitte bij herhaling het vermoeden dat zij bij het vinden van bijzondere, vaak zeldzame stenen of fossielen, hulp van een kabouter heeft gehad. Haar „mooiste stukken” vond zij op een andere manier en een andere plaats dan zij „met háár ervaring” had verwacht, zulks „door een dwaas lijkende ingeving.-
„Moeder heeft haar ontmoetingen met kabouters, naar zij zegt, in „alle jaargetijden”, het goede of slechte weer speelt daarbij geen rol./ Zij ontmoet de kabouters niet op alle tochten die ze „in de vrije natuur” maakt. „Lang niet!” Misschien „toen of twaalf keer” per jaar ziet ze zo’n „kleine vriend” en dan nog lang niet altijd even scherp en duidelijk. Meermalen trekken de kabouters zich vrij snel terug in „een verdwijnende nevelvlek”./ Het „geestelijk contact” met de kabouters ontstaat ook niet bij iedere ontmoeting, of „misschien is het er wel”, maar „merk je het dan niet”. Over de inhoud van dat „geestelijk contact” – „een soort telepathie” – laat moeder zich nooit uit./ Moeder uitte bij herhaling het vermoeden dat zij bij het vinden van bijzondere, vaak zeldzame stenen of fossielen, hulp van een kabouter heeft gehad. Haar „mooiste stukken” vond zij op een andere manier en een andere plaats dan zij „met háár ervaring” had verwacht, zulks „door een dwaas lijkende ingeving.-
Beschrijving
Mevr. van Eck beweert dat kabouters kunnen waargenomen worden in alle jaargetijden. Het weer speelt hierbij geen rol. Zij vermoedt dat kabouters haar hielpen bij het vinden van bijzondere, zeldzame stenen of fossielen. De kabouters plaatsten dan een gedachte in haar hoofd. Zij hadden dus geestelijk contact.
Bron
J.H.W. Eldermans, Aardgeesten, Gnomen, Kabouters, etc.. Restanten no. 16B. Een handgeschreven, ongepubliceerd manuscript. Manuscript eigendom van het Museum of Witchcraft, Boscastle, Cornwall, UK.
Commentaar
1951
Eldermans heeft dit verhaal gehoord van de, toentertijd, 31-jarige Harmen van Eck. Hij was fotograaf, gehuwd en is de jongste van de twee zoons, geboren uit het huwelijk van Mevr. N.v.E.-S.
Dit is een aanvulling op een eerder verteld verhaal van Harmen van Eck, zie ELDER319.
Zie onder 'Beeld' voor afbeeldingen van pagina's uit het manuscript.
Dit is een aanvulling op een eerder verteld verhaal van Harmen van Eck, zie ELDER319.
Zie onder 'Beeld' voor afbeeldingen van pagina's uit het manuscript.
Naam Overig in Tekst
Mevr. N.v.E.-S   
Harmen van Eck   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
