Hoofdtekst
[JH komt met een lijst met bijnamen van de verschillende bewoners van Spaarndam. Dit wordt onderwerp van gesprek. Er komen naar aanleiding van de lijst met bijnamen een aantal anekdotes te sprake uit de jeugd van de heren.]
[26.59]
JH: ... [Gericht tot GB] Wat ik tegen jou zei van ouwe Toon de Rob, van die ouwe beroepsvisser hè. Ik was kind. Voor de oorlog dan gingen we naar school toe. En als ik me goed herinner ging ik naar school, [Opnieuw gericht tot GB] wa 'k tege jou ook zei, met Hennie Veenebrink samen. En waren we 'n jaar of ellef twaalf. En ik woonde aan 't end van 't dorp, en daar...wat je daar op dat eilandje ziet, daar tegenover is de school. En daar lopen we naar toe...[opnieuw gericht tot GB] oh kijk hé Gerrit achterom op 't tweede plaatje [wijst naar een van de foto's aan de muur] daar is 't vlotje van Toon de Rob [GB: 'Ja, ja ja, ja ja, ja'], hè. En da was een ouwe beroepsvisser, Rui...ouwe Ruigvooren, en die woonde bij de Kolk aan 't steegje. En we gaan naar school toe, en Toon de Rob die was weer met z'n bootje...was zeker wezen vissen. En daar lag een hele stapel fuiken achterop z'n bootje, en...der viel een fuik in 't water en Toon de Rob...ik zien 't nog zo voor me hoor...die bukt z' eigen om dat...die fuik te pakken en die glijdt in dat natte bootje op z'n klompen...alles was op klompen natuurlijk... die glijdt weg en die dook zo voorover uit 't bootje. Maar die bleef met z'n ene poot onder z'n roeibankie zitten, waar ie op zat...geluk gehad natuurlijk...maar die hing voorover met z'n kop in die fuik die in dat b...uit dat bootje vandaan was gevallen. En ik weet nog goed jonge, ik schreeuwde als een idioot, en dan woonde der precies tegenover woonde ouwe Jan van Geem. En die kwam meteen naar buite storremen...je kon zo da vlotjen oplopen...en d' kon Toon de Rob dus... terugpakken. Kom je daar nou als schoolkind niet langs en je ziet dat niet gebeuren...en ik schreeuwde ...[Onverstaanbaar]...dan...dan had de ouwe Toon de Rob verzopen geweest. Maar dan kom ik vorig jaar bij z'n kléinzoon in Heemskerk, waar 'k nog goed bevriend mee ben, en dan kom... dergelijke dingen in de praat te pas hè. Die wis bijvoorbeeld geeneens dat zijn...z'n gróótvader van...van moeders kant dus Toon de Rob heette hè.
[26.59]
JH: ... [Gericht tot GB] Wat ik tegen jou zei van ouwe Toon de Rob, van die ouwe beroepsvisser hè. Ik was kind. Voor de oorlog dan gingen we naar school toe. En als ik me goed herinner ging ik naar school, [Opnieuw gericht tot GB] wa 'k tege jou ook zei, met Hennie Veenebrink samen. En waren we 'n jaar of ellef twaalf. En ik woonde aan 't end van 't dorp, en daar...wat je daar op dat eilandje ziet, daar tegenover is de school. En daar lopen we naar toe...[opnieuw gericht tot GB] oh kijk hé Gerrit achterom op 't tweede plaatje [wijst naar een van de foto's aan de muur] daar is 't vlotje van Toon de Rob [GB: 'Ja, ja ja, ja ja, ja'], hè. En da was een ouwe beroepsvisser, Rui...ouwe Ruigvooren, en die woonde bij de Kolk aan 't steegje. En we gaan naar school toe, en Toon de Rob die was weer met z'n bootje...was zeker wezen vissen. En daar lag een hele stapel fuiken achterop z'n bootje, en...der viel een fuik in 't water en Toon de Rob...ik zien 't nog zo voor me hoor...die bukt z' eigen om dat...die fuik te pakken en die glijdt in dat natte bootje op z'n klompen...alles was op klompen natuurlijk... die glijdt weg en die dook zo voorover uit 't bootje. Maar die bleef met z'n ene poot onder z'n roeibankie zitten, waar ie op zat...geluk gehad natuurlijk...maar die hing voorover met z'n kop in die fuik die in dat b...uit dat bootje vandaan was gevallen. En ik weet nog goed jonge, ik schreeuwde als een idioot, en dan woonde der precies tegenover woonde ouwe Jan van Geem. En die kwam meteen naar buite storremen...je kon zo da vlotjen oplopen...en d' kon Toon de Rob dus... terugpakken. Kom je daar nou als schoolkind niet langs en je ziet dat niet gebeuren...en ik schreeuwde ...[Onverstaanbaar]...dan...dan had de ouwe Toon de Rob verzopen geweest. Maar dan kom ik vorig jaar bij z'n kléinzoon in Heemskerk, waar 'k nog goed bevriend mee ben, en dan kom... dergelijke dingen in de praat te pas hè. Die wis bijvoorbeeld geeneens dat zijn...z'n gróótvader van...van moeders kant dus Toon de Rob heette hè.
Beschrijving
Hoe een man aan zijn bijnaam is gekomen.
Bron
Letterlijk afschrift van een mp3-opname.
Commentaar
Interview Joop Harskamp, ook aanwezig Gerrit van den Beldt, Bas de Rooij, Frans Camphuijsen, Manon ter Hofstede
Naam Overig in Tekst
Toon de Rob   
Hennie Veenebrink   
Gerrit   
Ruigvoorn   
Jan van Geem   
Kolk   
Heemskerk   
Naam Locatie in Tekst
Kolk   
Heemskerk   
Plaats van Handelen
Spaarndam   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
