Hoofdtekst
Bij §10, Aant. 1955, fol. 151d: „De kabouters hebben een „eigen omgevende glans”, een „eigen ruimtelijke sfeer”, een „bepaald aureool” die „gestoord wordt” door de „menselijke uitstraling”. Mede daarom laat de kabouter zich niet al te zeer door de mens benaderen en zal het een mens ook nimmer gelukken een kabouter aan te raken”.- „Op plaatsen die in toenemende mate door de mens worden bezocht, verdwijnen de kabouters”. Zie de mededelingen van mej. Maria C.P. Rooyackers” = H.
Beschrijving
Kabouters hebben een eigen omgevende glans die gestoord wordt door de menselijke uitstraling. Mede daarom houdt de kabouter de mens altijd op een afstand en zal het een mens nooit lukken een kabouter aan te raken. Op plaatsen die in toenemende mate door de mens worden bezocht, verdwijnen de kabouters.
Bron
J.H.W. Eldermans, Aardgeesten, Gnomen, Kabouters, etc.. Restanten no. 16B. Een handgeschreven, ongepubliceerd manuscript. Manuscript eigendom van het Museum of Witchcraft, Boscastle, Cornwall, UK.
Commentaar
1955
Eldermans heeft dit verhaal gehoord van Maria C.P. Rooyacker. Het is niet helemaal duidelijk of dit dezelfde vrouw is als Maria Rooyakker, die al eerder in het manuscript van JHWE wordt genoemd. Waarschijnlijk is dit wel het geval. Zie onder 'Beeld' voor afbeeldingen van pagina's uit het manuscript.
Naam Overig in Tekst
Maria C.P. Rooyacker   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
