Hoofdtekst
[43:35]
SW: [...] tot 1505, en dan wordt Singraven tien jaar lang een klooster. En daar uit die tijd stamt dus 't sagenverhaal van de ingemetselde non. 1505 komen hier de zuster Franciscanessen uit Oldenzaal, de begijnen van Oldenzaal. Die hebben hier eh tien jaar lang 'n klooster gehad- had te maken met Gelderse oorlogen. Onveilig, plunderend eh volk, alles wat hier rond eh - [over koffie] - en eh... die vestigden zich hier, en zeker in die tijd waren dus de leefregels van de kloosterorde die waren vrij streng. En ze- de de nonnen die hier dus waren, die mochten zich natuurlijk niet eh eeh inhouden met wereldse gebeurtenissen, die waren gehouden zich eh eh te- die waren gehouden te leven naar de strenge leefregels, mochten dus ook 't kloosterterrein niet verlaten, 't huis niet verlaten, enzovoort enzovoort. Toch, op 'n avond heeft een van de nonnen de verleiding niet kunnen weerstaan om 's buiten de muren van dit huis, van dit kloosterhuis, 'n kijkje te gaan nemen in 't dorp, want ze had zoveel gehoord over die oorlogsomstandigheden en dat 'r van alles gebeurde in 't dorp, ook eh hè, vreemde vreemde troepen waren en zo wat, en affijn, 't werd haar nieuwsgierigheid door geprikkeld, en die is op 'n avond is die stiekem hier dus 't klooster uitgegaan, en die is naar 't dorp gegaan.
OS: Naar Denekamp?
SW: Naar 't dorp, ja, dorp Denekamp. En daar heeft ze dus jonge mannen ontmoet, ze was 'n wonderschone verschijning, eeh iets hemels ging d'r vanuit, 'n- ze had 'n prachtig gewaad aan, klooster[...?] in die tijd, affijn, en eh 'n mooie jonge vrouw en dat trok natuurlijk de aandacht van de jonge mannen in 't dorp. Affijn, ze heeft die avond heeft zij op 'n wereldse wijze - toch niet onvertogen, d'r is verder niks gebeurd - heeft zij zich dus eh vermaakt met de jonge mannen van 't dorp. Maar ze wist wel dat ze iets deed wat natuurlijk niet mocht, handelde tegen de leefregels van de orde. Toe zij dus gri- terugkwam hier naartoe moest zij wel op 'n voorzichtige manier proberen hier dit huis weer in te komen. En dat was nu 'n probleem, want overal waar je hier in dit huis nu nog loopt enzo, daar kraken de trappen, en je hoort altijd wel wat. En toen zij dus probeerde hier geruisloos 't huis binnen te komen verraadde zij zichzelf door krakende trappen. En de abdis hoorde dat en ging kijken wat er was, en trof haar daar dus aan en zij werd betrapt op hetgeen zij dus tegen de leefregels van de orde had gedaan. De abdis die vond dat vreselijk en die wilde dus 'n voorbeeld stellen, afschrikwekkend voorbeeld, voor alle andere nonnen zoals ze al 's ooit de gedachten zouden hebben 'wij zullen 's eventjes kijken wat 'r zoal in de wereld aan de gang is,' en zij besloot dus haar de hongerdood te laten sterven. En zij moest worden ingemetseld in 'n nis in de muur. Ingekluisterd, inclusa. En dat gebeurde. D'r werd 'n nis in de muur gemaakt, gehakt, en daar werd zij dus ingeplaatst, tralies d'r voor, en ja de eerste dagen toen ging dat nog wel. Toen had ze nog niet veel honger en ze leed nog geen dorst, maar naarmate dus de dagen verstreken begon de honger te knagen en de dorst te kwellen, en op 'n gegeven moment begon zij dus, ja, te krijsen, te gillen. En eh, 't is voorstelbaar dat als je onder zulke omstandigheden moet sterven enzo dat je op 'n gegeven moment ook je hoofd kwijtraakt, dus misschien is ze wel helemaal hysterisch geworden, misschien wel 'n vorm van krankzinnigheid. Maar 'n vreselijk gekrijs, en dat dat was nu net de opzet van de abdis, dat alle andere nonnen daardoor zouden worden afgeschrikt en eh zich moesten houden aan de leefregels. De non is uiteindelijk doodgegaan, en sinds die tijd waart de geest van de non hier door 't huis. En 't verhaal gaat dat zij nog altijd de dood aanzegt van bewoners hier in 't huis. En 'r zijn mysterieuze sterfgevallen hier - mysterieuze stergevallen tussen aanhalingstekens - die in verband worden gebracht met dus de ingemetselde non van dit huis.
Als je nou door dat huis loopt, en dat doen we dan als we dat verhaal vertellen, en je gaat een van die trappen af dan hoor je dat kraken. Nou, en dan vertel ik daar altijd bij: "U moet zich 'ns voorstellen, 't zal gebeurd zijn in 't najaar, in de herfst van 't bepaalde jaar tussen 1505 en 1515, we weten niet precies welk jaar. Maar, 'n herfstachtige avond als grimmige wolkenpartijen langs 't maanlicht schuiven en spookachtig spookachtige sfeer ontstaat, daardoor dan [...?] door 't voorbijglijden van die wolken van 't maanlicht enzo allerlei eh schaduwpartijen op de muren van 't huis worden afgetekend, dat geeft dus 'n unheimisch gevoel, als je daar gevoelig voor bent. En in *die* nachten waart hier dan de geest van de non door 't huis."
SW: [...] tot 1505, en dan wordt Singraven tien jaar lang een klooster. En daar uit die tijd stamt dus 't sagenverhaal van de ingemetselde non. 1505 komen hier de zuster Franciscanessen uit Oldenzaal, de begijnen van Oldenzaal. Die hebben hier eh tien jaar lang 'n klooster gehad- had te maken met Gelderse oorlogen. Onveilig, plunderend eh volk, alles wat hier rond eh - [over koffie] - en eh... die vestigden zich hier, en zeker in die tijd waren dus de leefregels van de kloosterorde die waren vrij streng. En ze- de de nonnen die hier dus waren, die mochten zich natuurlijk niet eh eeh inhouden met wereldse gebeurtenissen, die waren gehouden zich eh eh te- die waren gehouden te leven naar de strenge leefregels, mochten dus ook 't kloosterterrein niet verlaten, 't huis niet verlaten, enzovoort enzovoort. Toch, op 'n avond heeft een van de nonnen de verleiding niet kunnen weerstaan om 's buiten de muren van dit huis, van dit kloosterhuis, 'n kijkje te gaan nemen in 't dorp, want ze had zoveel gehoord over die oorlogsomstandigheden en dat 'r van alles gebeurde in 't dorp, ook eh hè, vreemde vreemde troepen waren en zo wat, en affijn, 't werd haar nieuwsgierigheid door geprikkeld, en die is op 'n avond is die stiekem hier dus 't klooster uitgegaan, en die is naar 't dorp gegaan.
OS: Naar Denekamp?
SW: Naar 't dorp, ja, dorp Denekamp. En daar heeft ze dus jonge mannen ontmoet, ze was 'n wonderschone verschijning, eeh iets hemels ging d'r vanuit, 'n- ze had 'n prachtig gewaad aan, klooster[...?] in die tijd, affijn, en eh 'n mooie jonge vrouw en dat trok natuurlijk de aandacht van de jonge mannen in 't dorp. Affijn, ze heeft die avond heeft zij op 'n wereldse wijze - toch niet onvertogen, d'r is verder niks gebeurd - heeft zij zich dus eh vermaakt met de jonge mannen van 't dorp. Maar ze wist wel dat ze iets deed wat natuurlijk niet mocht, handelde tegen de leefregels van de orde. Toe zij dus gri- terugkwam hier naartoe moest zij wel op 'n voorzichtige manier proberen hier dit huis weer in te komen. En dat was nu 'n probleem, want overal waar je hier in dit huis nu nog loopt enzo, daar kraken de trappen, en je hoort altijd wel wat. En toen zij dus probeerde hier geruisloos 't huis binnen te komen verraadde zij zichzelf door krakende trappen. En de abdis hoorde dat en ging kijken wat er was, en trof haar daar dus aan en zij werd betrapt op hetgeen zij dus tegen de leefregels van de orde had gedaan. De abdis die vond dat vreselijk en die wilde dus 'n voorbeeld stellen, afschrikwekkend voorbeeld, voor alle andere nonnen zoals ze al 's ooit de gedachten zouden hebben 'wij zullen 's eventjes kijken wat 'r zoal in de wereld aan de gang is,' en zij besloot dus haar de hongerdood te laten sterven. En zij moest worden ingemetseld in 'n nis in de muur. Ingekluisterd, inclusa. En dat gebeurde. D'r werd 'n nis in de muur gemaakt, gehakt, en daar werd zij dus ingeplaatst, tralies d'r voor, en ja de eerste dagen toen ging dat nog wel. Toen had ze nog niet veel honger en ze leed nog geen dorst, maar naarmate dus de dagen verstreken begon de honger te knagen en de dorst te kwellen, en op 'n gegeven moment begon zij dus, ja, te krijsen, te gillen. En eh, 't is voorstelbaar dat als je onder zulke omstandigheden moet sterven enzo dat je op 'n gegeven moment ook je hoofd kwijtraakt, dus misschien is ze wel helemaal hysterisch geworden, misschien wel 'n vorm van krankzinnigheid. Maar 'n vreselijk gekrijs, en dat dat was nu net de opzet van de abdis, dat alle andere nonnen daardoor zouden worden afgeschrikt en eh zich moesten houden aan de leefregels. De non is uiteindelijk doodgegaan, en sinds die tijd waart de geest van de non hier door 't huis. En 't verhaal gaat dat zij nog altijd de dood aanzegt van bewoners hier in 't huis. En 'r zijn mysterieuze sterfgevallen hier - mysterieuze stergevallen tussen aanhalingstekens - die in verband worden gebracht met dus de ingemetselde non van dit huis.
Als je nou door dat huis loopt, en dat doen we dan als we dat verhaal vertellen, en je gaat een van die trappen af dan hoor je dat kraken. Nou, en dan vertel ik daar altijd bij: "U moet zich 'ns voorstellen, 't zal gebeurd zijn in 't najaar, in de herfst van 't bepaalde jaar tussen 1505 en 1515, we weten niet precies welk jaar. Maar, 'n herfstachtige avond als grimmige wolkenpartijen langs 't maanlicht schuiven en spookachtig spookachtige sfeer ontstaat, daardoor dan [...?] door 't voorbijglijden van die wolken van 't maanlicht enzo allerlei eh schaduwpartijen op de muren van 't huis worden afgetekend, dat geeft dus 'n unheimisch gevoel, als je daar gevoelig voor bent. En in *die* nachten waart hier dan de geest van de non door 't huis."
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
In het begin van de 16e eeuw was de orde van Franciscanessen gevestigd in Huis Singraven bij Denekamp. Een van de jonge nonnen kon op een avond de verleiding niet weerstaan om tegen de strenge leefregels van het klooster in zich buiten het terrein te begeven. Zij begaf zich in het geniep naar het dorp en bracht daar de nacht door in de herberg, waar ze zich op een wereldlijke manier vermaakt met de mannen aldaar. Toen ze probeerde zonder opgemerkt te worden in het klooster terug te keren werd ze verraden door de krakende trappen. De abdis betrapte haar op deze manier, en besloot een voorbeeld te stellen voor de andere nonnen. De non werd levend ingemetseld in een nis in het huis, waar ze na een tijd waanzinnig werd en aan de hongerdood stierf. Het gekrijs was dagenlang te horen. Sinds die tijd waart de geest van de non van Singraven door het huis, en zegt zij soms mensen de dood aan.
Bron
Letterlijk afschrift van mp3-opname.
Commentaar
3 juli 2008
Aanwezig bij interview: Ruben A. Koman [RK], Oscar Strik [OS], Sjouke Wynia [SW].
Andere Tote spuken.
Naam Overig in Tekst
Huis Singraven   
Franciscanessen   
Gelderse Oorlogen   
Naam Locatie in Tekst
Singraven   
Oldenzaal   
Denekamp   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
