Hoofdtekst
[00:39:10]
JK: Hahaha. Eh, de broodbank, zullen we de broodbank pakken? Die is al een paar keer genoemd nou, hè? Eh… de broodbank dat is dus een eh… staat hier nog in de kerk als een eh… een meubelstuk uit eh... veertientweeënzeventig. Eh… als een symbool van de… diaconie, de sociale voorzieningen vanuit de kerk vandaan. En dat komt...
FS: Maar ja de diaconie, dat moet ik zeggen, dat is echt typisch van de protestantse kerk, dat is niet voor een katholieke. Dat begrip....
JK: Nee, nee.
FS: ...dat kennen ze dan nog niet.
JK: Nee, maar ik zeg het is nu nog een symbool van…
FS: Ja, precies.
JK: De.. de.. de diaconie. Eh… maar de historie gaat al terug op dertienhonderd, hè. Dertienhonderd had je hier een eh… een college, een heilige geestcollege, zoals dat heette, dat was voor notabelen.
RK: Hmhm.
JK: En die s, hadden zich als doel gesteld, en ik noem het altijd maar, die hadden dus de hobby om zoveel mogelijk legaten naar zich toe te trekken. En vanuit die legaten, daar konden de armen van bekostigd worden. En, dus niet alleen de armen, maar ook eh… jonge jongens die gehandicapt waren. En die dus eigenlijk als verschoppeling in de maatschappij leefden, want wat moet je met een gehandicapt joch. Daar kan je niks mee beginnen. Maar zij zorgden d'rvoor dus dat.. dat zo’n jonge gehandicapte jongen toch bij iemand in de leer kwam. Hè, eh.. dus hij kon, hij moest wat leren, hij kon dus naar school toe, hè, als ‘ie dus slecht kon lopen [wat?], kon ‘ie dus leren schrijven hè, en hij kon ook andere vakken leren met zijn handicap. En ja dat, dat, dat kostte natuurlijk tijd en daa.. daarvoor, voor die kinderen, voor die jongens werd dan betaald. En elke keer.. eh… afhankelijk van de eh… geboorte- of de sterfdag van de legaatgever konden ze hier komen en dan zo in, elke, de week door konden ze dus hier… werd hier brood en vlees uitgedeeld. En dat gebeurde dan bij de broodbank. En dat is dus heel lang doorgegaan, totdat gegeven moment de sociale zorg werd overgenomen door de staat, door de gemeente, hè, dan krijg je de sociale zorg enzovoort, allemaal. Maar de eh… de voorzieningen, het college dat is tot op heden eigenlijk nog doorgegaan. En eh… een aantal jaren terug, dat is zeg maar eh… negentienzeventig van vorige eeuw, hè, negentienzeventig vorige eeuw, toen had je hier nog 't Coen Cuserhuis. Het Coen Cuserhuis dat was een hervormd weeshuis. Dat weeshuis dat werd gerund vanuit de diaconie die toen afstamde van dat heilige geestcollege uit dertienhonderd.
[Thon Fikkerman en Corrie van Valkenburg van het gilde komen binnen.]
[00:43:07] JK: Dus dat Coen Cuserhuis dat bestond dus als, als weeshuis nog en dat is later overgegaan in de gezinsbevallende tehuizen en dat soort zaken en dat gaat heden ten dage nog steeds voort onder de naam van 't, Het Spanier.
RK: Hm.
JK: Het Spanier. Dus eh… en nou was het grapje dus dat eh… eind vorige eeuw hè, negentiennegentig of zoiets, Colombijn dat 'ie overleed. De… de… de sterfdag was 't en 't was zoveel jaar nadat hij dus was overleden, meneer Colombijn, die dus als eh... rijke vrijgezel was gestorven. Hij had zijn eh… huishoudster goed bedeeld, een groot testament nagelaten, maar dat mocht dus pas na zoveel jaren, mocht dat geopend worden. En eh… toen kwamen d'r ineens een heleboel mensen, die legden bloemen op z'n graf, want die waren toch nog wel familie van Colombijn, want ja, je weet nooit wat er uit dat testament tevoorschijn komt. En eh… toen werd 't dus tes, testament geopend en toen bleek dat een heleboel instellingen die om, sinds jaar en dag voorzien werden van financiën, dat 't afkomstig was uit het testament van de heer Colombijn. En dat was dus ook één van de regenten zeg maar.
FS: Één van de heilige geestmeesters.
JK: Van de heilige, van de [Albemensen?] hè. Dus, dat, vanaf dertienhonderd tot heden, tot heden is dat hele gebeuren nog steeds in gang, op een andere vorm, hè? Maar d'r wordt nog steeds, eh… op deze manier wordt d'rin voorzien. Hè, een heel oud gebeuren. En dat vind ik dus zo, hè, als je daar bij die, bij die broodbank staat, hè, dan eh… ja dan kan je dat naar voren brengen, van…, hè. En de laatste paar jaren hebben ze rond de Kerst is daar eh vanuit de eh…, de hervormde gemeente hier eh… een, een actie aan de gang voor eh… armenzorgers en d'r wordt dus weer brood uitgedeeld, nou ja uitgedeeld, je kan ze voor een leuke prijs kopen en dat is, 't geld komt ook ten goede aan projecten.
FS: Ik wou daar graag ook nog even iets over zeggen. Wat heel bijzonder is aan die broodbank, vind ik zelf, is dat je, die heilige geestmeesters, die zaten daar en die zitten duidelijk aanzienlijk hoger dan dat jij daar staat en dat laat ik altijd, als ik een rondleiding heb, één van de mensen, dan zeg ik ben jij nou maar even heilige geestmeester en dan zijn wij de arme, de wezen, de kreupele, of de gehandi.. nou, da's hetzelfde, maar in ieder de, degenen die in nood verkere. En dan zie je dus dat je in een afhankelijke positie bent. Dus hij torent, hè, zo’n man torent boven je uit en eh… ja je hebt, je had toch wel de..., 't was wel plicht om je eh, je eh plicht in de kerk te hebben gedaan, dus je moest wel naar de kerk gaan, en de communie enzovoorts.
JK: 's Morgens, je moest eerst binnen voor je…
FS: En, en je staat ook te kijk voor zo’n, zo’n gemeenschap hè?
JK: Hahaha. Eh, de broodbank, zullen we de broodbank pakken? Die is al een paar keer genoemd nou, hè? Eh… de broodbank dat is dus een eh… staat hier nog in de kerk als een eh… een meubelstuk uit eh... veertientweeënzeventig. Eh… als een symbool van de… diaconie, de sociale voorzieningen vanuit de kerk vandaan. En dat komt...
FS: Maar ja de diaconie, dat moet ik zeggen, dat is echt typisch van de protestantse kerk, dat is niet voor een katholieke. Dat begrip....
JK: Nee, nee.
FS: ...dat kennen ze dan nog niet.
JK: Nee, maar ik zeg het is nu nog een symbool van…
FS: Ja, precies.
JK: De.. de.. de diaconie. Eh… maar de historie gaat al terug op dertienhonderd, hè. Dertienhonderd had je hier een eh… een college, een heilige geestcollege, zoals dat heette, dat was voor notabelen.
RK: Hmhm.
JK: En die s, hadden zich als doel gesteld, en ik noem het altijd maar, die hadden dus de hobby om zoveel mogelijk legaten naar zich toe te trekken. En vanuit die legaten, daar konden de armen van bekostigd worden. En, dus niet alleen de armen, maar ook eh… jonge jongens die gehandicapt waren. En die dus eigenlijk als verschoppeling in de maatschappij leefden, want wat moet je met een gehandicapt joch. Daar kan je niks mee beginnen. Maar zij zorgden d'rvoor dus dat.. dat zo’n jonge gehandicapte jongen toch bij iemand in de leer kwam. Hè, eh.. dus hij kon, hij moest wat leren, hij kon dus naar school toe, hè, als ‘ie dus slecht kon lopen [wat?], kon ‘ie dus leren schrijven hè, en hij kon ook andere vakken leren met zijn handicap. En ja dat, dat, dat kostte natuurlijk tijd en daa.. daarvoor, voor die kinderen, voor die jongens werd dan betaald. En elke keer.. eh… afhankelijk van de eh… geboorte- of de sterfdag van de legaatgever konden ze hier komen en dan zo in, elke, de week door konden ze dus hier… werd hier brood en vlees uitgedeeld. En dat gebeurde dan bij de broodbank. En dat is dus heel lang doorgegaan, totdat gegeven moment de sociale zorg werd overgenomen door de staat, door de gemeente, hè, dan krijg je de sociale zorg enzovoort, allemaal. Maar de eh… de voorzieningen, het college dat is tot op heden eigenlijk nog doorgegaan. En eh… een aantal jaren terug, dat is zeg maar eh… negentienzeventig van vorige eeuw, hè, negentienzeventig vorige eeuw, toen had je hier nog 't Coen Cuserhuis. Het Coen Cuserhuis dat was een hervormd weeshuis. Dat weeshuis dat werd gerund vanuit de diaconie die toen afstamde van dat heilige geestcollege uit dertienhonderd.
[Thon Fikkerman en Corrie van Valkenburg van het gilde komen binnen.]
[00:43:07] JK: Dus dat Coen Cuserhuis dat bestond dus als, als weeshuis nog en dat is later overgegaan in de gezinsbevallende tehuizen en dat soort zaken en dat gaat heden ten dage nog steeds voort onder de naam van 't, Het Spanier.
RK: Hm.
JK: Het Spanier. Dus eh… en nou was het grapje dus dat eh… eind vorige eeuw hè, negentiennegentig of zoiets, Colombijn dat 'ie overleed. De… de… de sterfdag was 't en 't was zoveel jaar nadat hij dus was overleden, meneer Colombijn, die dus als eh... rijke vrijgezel was gestorven. Hij had zijn eh… huishoudster goed bedeeld, een groot testament nagelaten, maar dat mocht dus pas na zoveel jaren, mocht dat geopend worden. En eh… toen kwamen d'r ineens een heleboel mensen, die legden bloemen op z'n graf, want die waren toch nog wel familie van Colombijn, want ja, je weet nooit wat er uit dat testament tevoorschijn komt. En eh… toen werd 't dus tes, testament geopend en toen bleek dat een heleboel instellingen die om, sinds jaar en dag voorzien werden van financiën, dat 't afkomstig was uit het testament van de heer Colombijn. En dat was dus ook één van de regenten zeg maar.
FS: Één van de heilige geestmeesters.
JK: Van de heilige, van de [Albemensen?] hè. Dus, dat, vanaf dertienhonderd tot heden, tot heden is dat hele gebeuren nog steeds in gang, op een andere vorm, hè? Maar d'r wordt nog steeds, eh… op deze manier wordt d'rin voorzien. Hè, een heel oud gebeuren. En dat vind ik dus zo, hè, als je daar bij die, bij die broodbank staat, hè, dan eh… ja dan kan je dat naar voren brengen, van…, hè. En de laatste paar jaren hebben ze rond de Kerst is daar eh vanuit de eh…, de hervormde gemeente hier eh… een, een actie aan de gang voor eh… armenzorgers en d'r wordt dus weer brood uitgedeeld, nou ja uitgedeeld, je kan ze voor een leuke prijs kopen en dat is, 't geld komt ook ten goede aan projecten.
FS: Ik wou daar graag ook nog even iets over zeggen. Wat heel bijzonder is aan die broodbank, vind ik zelf, is dat je, die heilige geestmeesters, die zaten daar en die zitten duidelijk aanzienlijk hoger dan dat jij daar staat en dat laat ik altijd, als ik een rondleiding heb, één van de mensen, dan zeg ik ben jij nou maar even heilige geestmeester en dan zijn wij de arme, de wezen, de kreupele, of de gehandi.. nou, da's hetzelfde, maar in ieder de, degenen die in nood verkere. En dan zie je dus dat je in een afhankelijke positie bent. Dus hij torent, hè, zo’n man torent boven je uit en eh… ja je hebt, je had toch wel de..., 't was wel plicht om je eh, je eh plicht in de kerk te hebben gedaan, dus je moest wel naar de kerk gaan, en de communie enzovoorts.
JK: 's Morgens, je moest eerst binnen voor je…
FS: En, en je staat ook te kijk voor zo’n, zo’n gemeenschap hè?
Beschrijving
Functie van de broodbank, armenzorg, sociale voorzieningen.
Bron
Letterlijk afschrift van een mp3-opname.
Commentaar
Aanwezigen Ruben Koman, Fanne van der Steenstraten, Jaak Kooijman, Frans Camphuijsen, Manon ter Hofstede, Thon Fikkerman en Corrie van Valkenburg
Naam Overig in Tekst
Coen Cuser   
Coen Cuserhuis   
Het Spanier   
Colombijn   
Kerst   
Plaats van Handelen
Haarlem   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
