Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WVDCAMP03

Een sage (mondeling), vrijdag 20 maart 2009

Hoofdtekst

[1.04.56]
Voordat Otto de Tweede keizer werd regeerde Karel de Grote. En Karel de Grote die kwam ook vaak naar Nijmegen. In de tijd van Karel de Grote werd zijn regering ondersteund onder andere door leenmannen. En hier in Nijmegen was er een leenman en die heette Biesclavet. Het was een geliefd man. Hij bracht voorspoed, rijkdom en geen oorlog. En de boeren aan de overkant van de Waal, die droegen 'm op handen, die wilden wel voor 'm door 't vuur gaan. Biesclavet zelf was intelligent, gezond en getrouwd met een mooie jonge vrouw. Alles leek prima in orde, zo aan de buitenkant. Der was namelijk iets...iets raars met de leenman Biesclavet. Ja, ja, hij regeerde goed. Maar het vreemde was... wel drie keer in de week dan ging die 's nachts naar de Waal, roeide naar de overkant, keurde daar de hele nacht door de bossen heen en tegen het ochtendgloren kwam ie terug naar de stad. En als 't volle maan was dan was er geen land met 'm te bezeilen, diep melancholiek. Zelfs z'n mooie jonge vrouw kon 'm daar niet uithalen. En in het begin van hun huwelijk had zijn vrouw niet zoveel moeite met het feit dat hij wel drie keer per nach...per week weg was. Ja, 't kon. Maar de jaren verstreken en ze begon jaloers te worden. En op een nacht schudde ze Biesclavet wakker en ze zei: 'Hey, man, waarheen gaat gij als gij niet hier zijt?'
En Biesclavet draaide zich om en zei: 'Hm, vrouw, wat is dat?'
'Heer, vertel me. Ik wil weten waarheen gaat gij?'
En Biesclavet begon omstandig uit te wijden wat ie die dag gedaan had.
'Nee nee, nee, niet overdag, 's nachts.'
'Ach vrouw, als ik u dat moet vertellen, ge zult 't niet geloven.'
Maar zij hield vol, zij wilde nú weten wat hij 's nachts uitspookte. En weer zei Biesclavet: 'Ge zult me niet geloven.' Maar zij hield vol en uiteindelijk gaf tie toe. En hij zegt: 'Ik zal het oe vertellen. Maar ge moet me beloven, wat ik nu vertel, nooit, nooit aan iemand doorvertellen. Beloof je dat?' Moh, dat beloofde ze. En Biesclavet...vet vertelde dat als hij 's nachts wegging, en naar de overkant van de Waal ging, dat ie daar veranderde in een weerwolf. En als ie dan 's morgens uitgekuurd was dan ging ie weer terug naar de stad.
[Lacht] 'Ja, kom nou, een weerwolf, leuk verhaal. Nee, nou de waarheid.'
'Vrouw, dit is de waarheid.' Ze geloofde 'm nog niet. Maar toen hij, met de hand op de bijbel en in naam van God's hoorn [Slecht verstaanbaar] dat ie de waarheid sprak, nah toen moest ze 'm wel geloven. Maar daarmee begon de angst en de verwijdering in 't huwelijk. Wie was die man waar ze mee getrouwd was? Al jaren lang! Ze dacht 'm te kennen. Is dat een echtgenoot? Of een monster? En de angst groeide. En ze wilde van 'm af. Maar hoe?
Maar op een dag vroeg ze: 'Heer, als gij als weerwolf gaat, hoe zijt ge dan gekleed? Draagt gij dan mensenkleren?'
[Lacht] 'Nee, tuurlijk niet. Hebt ge ooit een weerwolf gezien in mensenkleren? Doe nie zo raar!'
'Maar ja ... [Slecht verstaanbaar door gekuch op achtergrond]'
'Nee!'
'Maar waar laat ge dan die kleren?'
'Ja, die verstop ik onder de boot, want zonder die kleren kan ik niet als mens terugkomen.'
'Aha.' De vrouw nam een minnaar. En op een nacht vertelde ze haar minnaar dat ze als de dood was voor die echtgenoot van haar. Dat ie een weerwolf was. En dat ze van 'm af wilde. Ja... 'Maar' zegt ze 'als jij doet wat ik zeg dan ga 'k met je trouwen.' En de minnaar die aarzelde. Minnaar zijn is leuk, maar getrouwd zijn is een heel ander verhaal. Nah ja goed, hij stemde toe. En op een nacht ging hij Biesclavet achterna, roeide ook naar de overkant van de Waal, haalde z'n kleren weg... oh sorry, natuurlijk hè. Die minnaar die moest naar de overkant die man achterna gaan, dan z'n kleren weghalen, dan kon ie niet meer terug als mens. Dus dat dee die op een nacht. Hij haalde die kleren weg, ze lagen inderdaad onder die roeiboot, en roeide terug naar de stad. En Biesclavet in de gedaante van weerwolf stond boven aan de oevers van de Waal en zag wat er gebeurde. Hij rende naar de Waal. En als mens was ie een goed zwemmer, maar als weerwolf ben je als de dood voor water, dus dat kon niet. Dus sprong ie in de roeiboot. Maar hij had geen armen om te roeien en de boot rolde en tolde en sloeg om. En druipend van het ijskoude water keek Biesclavet de weerwolf de minnaar na. En die verdween met z'n kleren. En Biesclavet wist dat dit het moment was dat ie nooit meer als mens terug kon komen. Sinds die nacht hoorden de boeren elke nacht het gehuil en gejank van een wolf. En dat gejank en gehuil brachten ze in verband met de verdwijning van hun gevierde leenman. En zo werd er wel een gerucht geboren.
En op een dag kwam Karel de Grote naar Nijmegen om hof te houden. En hij hoorde van de verdwijning van zijn gevierde leenman. Ja, zijn weduwe had de volgende dag wel een grote zoektocht georganiseerd, en het spoor leidde naar de Waal. Maar daar hield het op, en men vond sporen van een hele grote wolf. Dus men nam aan dat Biesclavet door een wolf verslonden was. Nou die wolf die wilde Karel de Grote wel eens zien. Dus hij organiseerde een grote jachtpartij. En een week later, aan de overkant van de Waal aan de oevers, stond een groot jachtgezelschap, een meute honden, en een trompet s...gaf 't startsein voor de jacht. En die honden die vlogen door de oerbossen heen op zoek naar 't spoor van de wolf. En ze vonden 't spoor, en ze joegen de wolf op naar de Waal. En bij de Waal aangekomen vloeg de wolf naar het water, maar als wolf, weerwolf, betekent dat de dood. En de wolf keek naar boven, naar de oevers van de Waal, en daar stond die meute jachthonden. Daar kon ie ook niet naar toe. En verwilderd in doodsangst, naar rechts het water, naar links omhoog daar st... Hè? Daar stond een heel jachtgezelschap. Maar daar stond zijn...zijn keizer, zijn meester. En de wolf neeg het hoofd en met soepele tred liep tie op de keizer af, vleidde zich aan zijn voeten. De keizer zegt: '[Lacht] Moe je nou kijken, het lijkt wel of die wolf begiftigd is met mensenverstand. Hij herkent zijn keizer! Deze wolf komt bij mijn gezelschap.' En vanaf die dag was de wolf onafscheidelijk van de keizer.
En jaren later kwam Karel de Grote weer een keer naar Nijmegen om hof te houden. En er werd een groot feest gegeven hier op 't Valkhof in de grote zaal. Feestgedruis, getinkel van glazen, prachtige muziek, mooi aangeklede mensen. En aan 't eind van de zaal zat Karel de Grote met de wolf aan z'n voeten, kop op de poten. Maar op 'n gegeven moment, een diep gegrom uit de keel van de wolf. Karel de Grote die keek zo van 'Wat's dat? Nooit gehoord.' Maar ja, kwam weer een volgende gast. En de wolf tilde z'n kop een beetje op, snuffelde en vloog als een gek dwars door de zaal, recht op een vrouw af! Hij wilde haar verslinden. Nou paniek brak uit. Mensen wilden als één man door die ene deur, glazen vielen, gestamp van voeten, en soldaten grepen de wolf in z'n kraag en sleurden 'm voor Karel de Grote. Die was stomverbaasd. 'Hoe kan dat nou? Die wolf is al jaren in mijn gezelschap en hij blijkt toch een monster te zijn. Afmaken!'
Oh, een raadsheer sprong naar voren. 'Heer, één moment. Deze wolf heeft nog nooit iemand kwaad gedaan.' Dat was waar. 'Behalve deze ene vrouw. Maar deze ene vrouw is de weduwe van Biesclavet, uw voormalige leenheer. En het gerucht gaat, dat zij der de hand in heeft gehad dat haar man, die helaas ook een weerwolf was, niet meer als mens terug kon komen.'
En de keizer beval dat de vrouw voor hem gebracht werd. Nah eerst ontkende ze alles, logisch. Maar de dwingende ogen van de keizer en al die mensen om haar heen. Ze durfde niet meer te ontkennen, en ze biechtte alles op. 'Dus als ik het goed begrijp' sprak de keizer 'als deze wolf z'n kleren krijgt...'
'Ja heer'
'...dan wordt ie weer mens.'
De kleren van Biesclavet werden gebracht, en werden voor de poten van de wolf neergelegd. Die snuffelde der wat aan. En een beetje preuts en bedeesd draaide die het hoofd af. En Karel de Grote zegt: 'Ja, wat nou?'
'Ja' zegt die raadsheer ' 's logisch. Niet waar al die mensen bij zijn. Kom, we moeten de zaal verlaten. En morgenochtend, morgenochtend dan zult u zien wat er gebeurd is.'
En inderdaad, de volgende ochtend, Karel de Grote zwaaide de deur open en daar... 'Heer keizer!' ...Biesclavet. De mannen omarmden elkaar. De vrouw werd verbannen met haar minnaar. Biesclavet werd in ere hersteld en werd weer een geliefd leenheer. En sinds die tijd is er eigenlijk nooit het geluid meer van een wolf in de bossen aan de overkant van de Waal gehoord. Tenminste... soms hier op het Valkhof...

Beschrijving

Leenman gaat drie maal per week 's nachts op pad en verandert dan in een weerwolf. Na aandringen van zijn vrouw vertelt hij dat, zij laat haar minnaar hem volgen en zijn kleding weghalen zodat haar man niet terug kan veranderen in een mens. Karel de Grote hoort het gerucht dat er een wolf in de buurt is, organiseert een jachtpartij, waarbij de wolf op hem afkomt. De wolf wordt opgenomen aan zijn hof. Op een feest jaren later valt de wolf zijn voormalige vrouw aan. Een raadsheer geeft aan dat de wolf waarschijnlijk de verdwenen leenman is, die als hij zijn kleren krijgt. Na het aantrekken van de kleren transformeert de wolf naar mens, de leenman.


Bron

Letterlijk afschrift van een mp3-opname

Commentaar

Vertelt in de Valkhofkapel te Nijmegen bij de Wereldverteldag 2009.
Lijkt een variant van het 12e-eeuwse verhalende gedicht 'Bisclavret' van Marie de France. Vertelster zegt: '...leenman Biesclavet heb ik op een cd gevonden zonder bronvermelding.'

Naam Overig in Tekst

Otto II    Otto II   

Karel de Grote    Karel de Grote   

Biesclavet    Biesclavet   

Bisclavret    Bisclavret   

God    God   

Valkhof    Valkhof   

Naam Locatie in Tekst

Nijmegen    Nijmegen   

Waal    Waal   

Plaats van Handelen

Nijmegen    Nijmegen   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21