Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MHOFST05

Een personal narrative (mondeling), vrijdag 20 maart 2009

Hoofdtekst

[00:01:05]
MG: Nou denken jullie, o, dit zal de inleiding zijn op een verhaal over [vogels], ijsvogels. [Onverstaanbaar] ..want het gaat over [onverstaanbaar], het gaat over [onverstaanbaar]. Toen ik hier dus als jong meisje woonde, wilde ik later heel graag boerin worden. [Onverstaanbaar] …met een boer trouwen, maar daar dacht ik toen nog nie aan, ik wilde, ik wilde boerin worden. Want ik ging met mijn vader, die werkte op een landbouw [machin] eh… bedrijf en dan ging ik met mijn vader altijd de boer op en dan... En da’s zo heerlijk die eh… koeienmest, varkensgeur, 't gerammel van de staldeur, het gerinkel van de [onverstaanbaar]. Ik kan het zo nog oproepen. Nou, dat gevoel, dat wilde ik eigenlijk later in mijn leven ook. Nou, die jongens die ik ontmoette, op een jonge leeftijd, die zaten wel allemaal op het HTS, waren boerenzonen, maar ze wilde geen boer worden. [Geroezemoes, wind, onverstaanbaar] .. ze zaten allemaal op de HTS, ze wilde wel iets leren, maar ze wilden zeker geen boer worden, ja hoe kom ik dan…? Ja, hoe word je dan boerin? Gelukkig ontmoette ik een boerenzoon, maar ook die wilde geen boer worde. Maar wat hij wel was, [was] orgelist in de kerk en dan speelde hij voor mij op z’n orgel Yesterday. Nou, je snapt, ik was helemaal verliefd en [dat gevoel?] Maar dat Yesterday, dat mocht natuurlijk nie van de pastoor. Hij moest echt eh… liederen van Bach en [onverstaanbaar] spelen, zoals dat op 't [onverstaanbaar] hoort. Maar verliefd bleef ik, hij wilde geen boer worden, maar hij wilde met mij wel samen een boerderijtje [kopen]. En d’r stond er één te koop. Ver weg, [in] het buitengebied. En dat gingen wij samen kopen en hoe; bij opbod. Ik weet nie of jullie dat wel eens ooit meegemaakt hebben, dan zit je in een stampvol café, zat dus ook de hele buurt bij, de toekomstige buren. Want die wilde wel es weten wie daar nou in dat huisje kwam wonen, een boerenwoning was ‘t. En dan moest je met guldenslag opbieden, nie met gulden, nee dat ging met duizenden, tienduizenden, vloog dat omhoog. Nou, je snapt dat het [helemaal fout?] was en wij hadden het. Wij kochten ons boerenstulp. Wij hadden helemaal verliefd naar 't uitzicht gekeken en het boomgaardje wat eromheen lag, we dachten: ‘Nou, we schilderen wat, we timmeren wat’, maar niks hoor. Het huisje had niet eens een aanrecht, alleen een klein kraantje, zo onder, bij de grond. Dat was de enige luxe die d'r in het huis zat. [Gelach]. En we kochten 't in februari, 't sneeuwde en de natte sneeuw dwarrelde, door 't pannendak zo, naar beneden. [Gelach]. Nou en daar, daar gingen wij wonen. Het huis lag nog eh… vol met hooi en stro en van alles. En ik deed klompen aan, sjaaltje om en ik dacht: ‘Nu ben ik een boerin’. [Gelach]. Maar de boerinnen in de buurt, die hadden allang geen sjaaltjes meer om en geen klompen meer aan. Die dachten, 'r kom een stel hippies. [Gelach]. En die vroegen ‘Gaan jullie ook eh… papavers telen?’ Het was in de tijd van [onverstaanbaar] papavers. Nee, wij wilden echt zo eh…, wij wilden echt een beetje, een beetje boere, hè; met kippe en eh… konijnen en schaapjes. [Onverstaanbaar], werd steeds mooier. En mijn moeder, die vond het maar niks dat ik daar buiten ging wonen. Ook mij zus en vriendinnen zeien: ‘Ben je dan niet bang zo ver weg, zo buitenaf?’ [Gelach]. Nou ja, waarvoor zou ik bang moeten zijn? Inbrekers? [onverstaanbaar], een enge man? Nee hoor, bang was ik niet. Tot op een dag, ik was buiten, in de zomer, de was aan het doen, luiers [onverstaanbaar]. En toen zag ik dat daar een man stond. Die stond alsmaar naar mij te kijken. Ik vond ‘t wel een beetje eng. Let ja, toch wel, omdat ik dacht ‘zou dat dan nou die enge man zijn die mijn moeder en mijn zus en mijn vriendinnen bedoelde?’ Hij stond alleen maar te kijken, ik denk ‘Ja, ik zie d’r ook natuurlijk voor in deze buurt wel een beetje bloot uit, hè, zo’n zomerjurkje aan. Ik ging gauw naar binnen, deed eh… wat eh... ja, wat vollere kleren aan, totdat [onverstaanbaar] de man weg was, ik denk ‘O, opletten Marleen, jij gaat hier niet meer je was doen in die emmer en zeker niet zo eh…, in zo’n bloot zomerjurkje. Je kleedt je hier maar netjes aan, je woont tenslotte in een boerenomgeving, dan hoor je je ook netjes te gedragen, als je dan graag boerin wilt zijn dan ben ook maar boer, boerin. Dus de klompen gingen weer aan, ’t sjaaltje ging weer op [gelach] en Marleen was boerin. De volgende morgen keek ik door ‘t stalraam naar buiten en daar stond ‘ie weer, die enge man. Hij stond daar zo te kijken en ik denk ‘Dit gaat niet, die heeft mij ontdekt. [Gelach] Hoe moet ik dit nou doen?’ Ik eh…, trek een jas aan, ik [onverstaanbaar], nog niet verteld dat ik ook nog een klein zoontje had. Die was eh… net een jaar, die kroop altijd eh… door de eh… wei met boterbloemen en eh.. ereprijs. Boterbloemen en paardebloemen en, en zo’n hoog gras. Dat stond ook, dat was ook, dat hoorde natuurlijk ook niet. Weet je wat we ook nog mooi vonden? Distels. Distels, die vond, dat vond ik zo mooie plant, maar in de boerenomgeving is het zelfs volgens de wet verboden om distels te planten. Want die pluizen, pluizen, pluizen en die verprutsen het hele [onverstaanbaar]. Dus ik pak m’n oudste zoon, pak ik op, doe mijn jas aan en loop naar m’n lelijke eend. Ik denk, ‘ik ga naar de buren. Dit vertrouw ik niet, zo’n man, die staat te gluren. Het is vast een gluurder’. Dus ik pak de auto, want in zo’n boeren, de buren wonen natuurlijk niet naast je, die moet je dan nog een eindje verder. We lopen normaal, maar toen ging ik maar met, voor de veiligheid met de auto. ['K zei?] ‘Nou’ zeie ze ‘Marleen, hier in deze buurt daar gebeurt nooit iets engs. Je hoeft hier echt niet bang te zijn. Maar ik ga wel even mee.’ Nou en ze ging mee. Ik zeg: ‘Hij staat er nog steeds.’ Zei ze: ‘Weet je wie da is? Da’s een buurjongen. Die is verstandelijk gehandicapt en die staat te wachten op het busje om naar de sociale werkpl… [Hard gelach]. Toen dacht ik ‘Nee Marleen, enge mannen, die bestaan gewoonweg niet. Ik ga maar es kennis maken met alle buren hier in de omgeving. Dan weet ik tenminste hoe dat ze d'ruit zien.’ En ik maakte kennis met alle buurvrouwen, buurmannen en de buurmannen waren superaardig, brachten me bloemen en, en groenten en eh… de buurvrouwen [onverstaanbaar; deelden?] kruisjes uit, dus ik hoorde heel veel over het boerenwerk. Ik denk ‘O, boerin is toch wel wat anders dan een sjaaltje en klompen, want wat deden de boerinnen? Die moesten ook altijd 't erf helemaal schoonmaken, die moesten ehm… op zaterdag de tuin voor de tuin harken, [reve?] doen, noemen ze dat hier. En dan maakten ze van die mooie patronen d’rin. Ik heb nou nog een paar buurvrouwen die het nog steeds doen. [onverstaanbaar], maar die d’r nog wonen, die [reven?] nog elke zaterdag, d’r een tuin voor d’r een tuin. De tuin voor onze tuin, daar staat eh… fluitekruid, als je bij eh…, dat vinden wij leuk. Dus eigenlijk doen wij niet zo op z’n boers.
[Toehoorder zegt dat je fluitekruid in de salade kunt doen. MG reageert hierop, laat fluitekruid zien.]
[00:10:03]
MG: Nou, ik groeide daar dus op, in de buurt, heel gezellig. Onze kinderen ook. Het was een hele fijne buurt, er gebeurde nooit iets engs. Ik bleef groente krijgen van de buurmannen, die werden wat ouder en eh… op een gegeven moment werden ze oud en toen zeien ze: ‘Ja Marleen, oud worden is leuk, maar oud zijn, daar is niks aan.’ Want ze konden niet meer op het land werken. Maar ik ging dan bij de buren op bezoek, want ik dacht ‘die buurvrouwen [onverstaanbaar] dat ze heel veel afwas moesten doen. Wecke.’ Doe ik nog steeds, wecke. Eh…, omdat ik het daar geleerd heb en dat hoor je dan, als je hier in de buurt hoort, woont, hoor je ook te wecke. En dan zal ik dat kleine verhaaltje d'r nog bij vertellen, van de buurvrouw, Koosje. Daar heb ik de appelmoes van leren maken en leren wecken. En toen was Koosje negentig en toen kon ze niet meer [onverstaanbaar; zelfstandig wonen?] en toen moest ze naar ‘t bejaardentehuis. En als ik dan op bezoek ging dan nam ik wat fruit uit onze boomgaard mee, maar ook een potje appelmoes. [onverstaanbaar]. Het enige wat ze lustte was appelmoes. En de verpleegkundige die belde mij op, ze zei ‘Marleen, zou jij nog eens een keer appelmoes willen [onverstaanbaar]. Het enige wat Koosje lust is eigengemaakte appelmoes. Ik heb het ook geprobeerd, ik heb het eerst gekocht, appelmoes, toen heb ik 't zelf proberen te maken, maar ze lust alleen maar appelmoes uit onze buurt. Dat is het laatste wat Koosje dus gegeten heeft, dat vind ik zelf ja, dat, dat typeert eigenlijk helemaal van [onverstaanbaar]. [Onverstaanbaar] …nog kinderen bij gekregen [onverstaanbaar; fietsen?] zelf, alleen, helemaal in bui, naar 't buitengebied. Alleen ’s avonds in 't donker, dan gingen we ze wel ophalen. En nu fiets ik nog steeds, helemaal alleen, ’s avonds in ‘t donker, rustig om één uur ‘s nachts, of om twee uur of om drie uur ’s nachts, als ik es een keer naar een feestje ben geweest [hard gelach]. Dan zal ik, zou ik er dan ook nog bij vertellen dat ik toen een keer in de sloot ben gereden. [Gelach]. Veilige buurt. Ik lag in de sloot, na een avondje echt te laat thuis. Ik lag in de sloot. Gon.. te l... [AV: Alleen maar te laat thuis, hè Marleen?] Ja, te lachen. Ik had achter mijn man aangefietst, maar die reed door. [Gelach]. Die had helemaal niet meer in de gaten dat ‘ie mij kwijt was. [Gelach]. En toen kwam ‘ie thuis en dacht ‘ie ‘Waar is Marleen? Ik zal es terug fietsen’. En daar lag ik, in de sloot. Met naast mij, een man. [Gelach]. Echt waar, die was ook in de sloot gekomen. [Gelach] [Toehoorder: Op dezelfde plek]. ‘Kan ik jou misschien [onverstaanbaar; helpen?]’. En toen zei ik: ‘Ik denk dat ik er niet uit kan. Ik ben volgens mij teut.’ En toen zei ‘ie: ‘Ik ok’. En 'ie kwam gewoon naast me liggen. Niks geen enge man, helemaal een hele veilige buurt, [onverstaanbaar; waar ik in woon?]. [Hard gelach + applaus].

Beschrijving

Humoristisch verhaal over voorvallen waarin blijkt dat enge mannen niet bestaan.

Bron

Letterlijk afschrift van mp3-opname

Commentaar

Wereldverteldag 2009 Oisterwijk

Naam Overig in Tekst

Yesterday    Yesterday   

Koosje    Koosje   

Bach    Bach   

Plaats van Handelen

Oisterwijk    Oisterwijk   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21