Hoofdtekst
Als eenen kleenen en onaensienlicken, maer geleerden man, magister van een hertoch, op een dorp tot predicant gestelt wiert, waerover de boeren en de schout qualijck tevreeden waeren, doch seyde de schout: 'Laet mij begaen, ick sal hem in u presentie examineeren en welhaest sien wat hij can.' Als hij hem nu verscheyde vremde vraegen en raetsels uyt de Schrift vraegde en onder andere vraegde: 'Wanneer heeft den esel gesproocken?' 'Soo datelijck', antwoorde hij, 'hij doet soo effen de mont toe.'
Beschrijving
Een onaanzienlijke, maar geleerde man wordt als predikant aangesteld in een dorp. De schout onderwerpt hem aan een test en stelt hem een aantal vragen, onder andere: 'Wanneer heeft de ezel gesproken?' 'Zo dadelijk', zegt de man daarop, 'hij houdt zo meteen even zijn mond.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Heilige Schrift   
Bijbel   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
