Hoofdtekst
Bodecherus, die op de mesnage twee fulpe boterammen in sijn mantel hadde laten setten, raeckte met een ander professor aen 't disputeeren en bracht een ongefondeert argument voor, waerop hem d'ander bij sijne boterammen vattende, seyde: 'Mijnheer, dat en volgt niet.'
Beschrijving
Bodecherus heeft thuis twee fluwelen boterhammen op zijn mantel laten zetten. Als hij met een andere professor aan het discussiëren is brengt hij een ongefundeerd argument naar voren, waarop de ander de twee boterhammen vastpakt en zegt: 'Meneer, dat volgt niet.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
'Bodecherus' is waarschijnlijk Johan Bodecheer Benningh/Janus Bodecherus Benningius (1606-1642), dichter en hoogleraar in Leiden.
'mesnage' = huishouden
'mesnage' = huishouden
Naam Overig in Tekst
Johan Bodecheer Benningh   
Janus Bodecherus Benningius   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
