Hoofdtekst
Daer quam een jongen loopen tot een kooperslaeger en baerde vast dat hetgeene sijn meester bestelt hadde niet gedaen was. 'Kijf niet', seyde de baes, 'het sal morgen gedaen zijn', waerop de jongen vraegde wanneer dat hij er dan om komen soude. De baes antwoorde: 'Dat is mij onmogelijck te weeten, vrijer.'
Beschrijving
Een jongen komt bij een koperslager en gaat tegen hem tekeer omdat hij de bestelling van zijn meester nog niet af heeft. 'Maak er niet zo'n punt van' zegt de koperslager 'het zal morgen klaar zijn'. De jongen vraagt wanneer hij de volgende dag langs zal komen, waarop de man zegt: 'Ik zou het niet weten, vrijer.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
'baren' = te keer gaan, schreeuwen, misbaar maken.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20