Hoofdtekst
Een predicant tot Rotterdam opposeerde sich eeniger wijse tegen de magistraet. Als hij coram moeste komen, seyde hij dat niemant, wie hij soude mogen wesen, den preedicanten behoorden te contradiceeren, alsoo sij engelen des Heeren sijn, waerop een van de regenten seyde: 'Zijt gij engelen, weet dat wij Goden sijn, gelijck David in 82 Ps. seyt.'
Beschrijving
Een Rotterdamse predikant verzet zich tegen de stedelijke overheid. Hij zegt dat niemand predikanten tegen zou moeten spreken, omdat zij engelen van de heer zijn. Daarop zegt een van de regenten: 'Jullie zijn engelen, maar wij zijn goden, zoals David zegt in Psalm 82.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
'coram' (lat.) = voor het aangezicht (in dit geval waarschijnlijk van het college van bestuur van Rotterdam).
Naam Overig in Tekst
God   
Psalm   
Heer   
David   
Naam Locatie in Tekst
Rotterdam   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
