Hoofdtekst
Twee soldaten van oude kennis raeckten onderwegen (nadat den oorlog gedaen was) bij malcander. De eene was seer rijck geworden, d'ander seer kael gebleven. 'Ho', seyde de rijcke, 'ick hoore wel, gij sijt van St. Jans soldaten, die haer met haer gagie laeten vergenoegen. Maer ick hebbe genomen, daer ick het gevonden hebbe, soo moest gij oock doen.' De andere onthielt dese woorden en nam se oock braef waer, want doe sij gingen slapen lette hij waer sijn maet sijn juweelen en gout leyde, stal het en ginck 's ochtens door.
Beschrijving
Twee soldaten komen elkaar tegen, de ene rijk de ander arm. De rijke zegt tegen de arme dat hij geen genoegen moet nemen met zijn soldij, maar moet pakken wat hij tegenkomt. Dit doet de ander, en als de rijke soldaat slaapt steelt hij zijn geld en gaat er vandoor.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Sint Jan   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
