Hoofdtekst
Nadat de papen uyt seecker dorp verdreven waeren, quam de predicant van dat dorp bijgeval in een andere stat met een van die verdrevene papen aen 't praten, die den domine berispte dat hij de catholycken altijt uytscholt voor grijpende wolven. 'Ja, ick hebbe het geseyt en 't is oock waer', seyde de predicant. 'Met oorlof, domine', vraegde de paep, 'wat sijn dan de gereformeerde?' 'Schapen Christi', antwoorde de domine, waerop de paep seyde: 'Ick hebbe noyt gesien dat de schapen de wolven verdreven hebben.'
Beschrijving
Een katholiek, die uit een zeker dorp verdreven is, berispt de dominee van het dorp dat hij katholieken altijd uitscheldt voor grijpende wolven, en hij vraagt hem wat de gereformeerden dan wel niet zijn. 'Schapen van Christus,' antwoordt de dominee, waarop de gereformeerde opmerkt: 'Ik heb nog nooit meegemaakt dat de schapen de wolven verdrijven.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Jezus Christus   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
