Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

GELDOF008 - De vliegende Hollander

Een sage (boek), 1979

20A Vliegende Hollander.jpg

Hoofdtekst

Laag jagen de wolken over de sombere zee. Na weken van windstilte is plotseling de wind op komen zetten en de Oost-Indiëvaarder snijdt met maar een enkel zeil gehesen en gemakkelijk door het donkere water. Maar schipper en bemanning, verzwakt door scheurbuik en moedeloos geworden door het eindeloze wachten, hebben toch het gevoel, dat zij nauwelijks de kracht meer bezitten, de kust, die nog dagen zeilens verwijderd is, te bereiken als hun geen hulp wordt geboden. Kwamen zij maar een schip tegen dat hun vers voedsel verschaffen of hun zieken overnemen kon!
Daar schreeuwt plotseling de wacht in het kraaiennest, die uren achtereen over de deinende watervlakte heeft getuurd: 'Zeil in zicht!'
Allen, ook de strompelende zieken, drommen langs de verschansing en kijken, wijzen en roepen. Er is geen twijfel aan: daar nadert in snelle vaart een schip, het komt recht op hen af. Nu kunnen zij niet alleen de vele zeilen, maar ook de romp duidelijk onderscheiden. Groot is het en eigenaardig van bouw van een scheepstype dat je maar zelden meer ziet. 'Een fluit,' weet een van de kijkers te vertellen.
Plotseling gilt een matroos het uit. Nee, dat moet zinsbegoocheling zijn. Want wat hij daar opmerkt, is even ongelofelijk als angstaanjagend: het fluitschip vaart, de zeilen volgebrast, met de opgebolde kant tegen de wind in, op hen toe. Het nadert zo snel dat zij niet meer kunnen ontwijken. Daar raakt de voorsteven hun bakboord al, de boegspriet schuift als een lange, puntige schaduw over hun verschansing -dan lijkt een geweldige donkere massa door de romp van het schip te glijden. Touwen, zeilen, masten, verschansingen, het gaat alles vlug en geruisloos langs hen heen. Daar is de kampanje, waarop de vreemde schipper staat, gekleed in een ouderwets zwart kostuum, bleek, mager en roerloos, met een perkamenten brief, die hij een van de matrozen in de hand probeert te drukken. Maar deze wankelt ontsteld terug voor de naar hem uitgestrekte arm. Voor de bemanning van de schrik bekomen is, is het fluitschip aan stuurboordzij tussen de golven en wolken verdwenen.

De Oost-Indiëvaarder heeft het vaderland niet teruggezien. De wind wakkerde in de op de ontmoeting volgende dagen aan tot een storm, waarin het ongelukkige schip gebleven is. Slechts een lid van de bemanning werd wonder boven wonder gered en kon later vertellen van zijn avontuur met het schip van Willem van der Decken, de Vliegende Hollander, de goddeloze schipper uit Terneuzen.
Schipper Van der Decken was een van die roekeloze zeventiende-eeuwse schippers, die God noch de duivel vreesden. Een hard man was hij en zijn vrienden kende hij niet, maar er was niemand die niet ontzag had voor zijn weergaloze durf en zij zeemanskwaliteiten. Geen storm was zo hevig of hij zou hem trotseren, geen kust zo gevaarlijk of hij was bereid haar te verkennen.
Eens belette een dagenlang aanhoudende orkaan hem de vaderlandse haven te verlaten. Hij verbeet zijn ongeduld en woede, maar zwoer dat hij uit zou varen op de eerste dag waarop het mogelijk was. Toevallig was dit Paaszondag, een zonnige lentedag. Ondanks de waarschuwingen van andere schippers, die zeiden dat hij een zware zonde op zich laadde door de rust van deze heilige dag te schenden, liet hij zijn schip optuigen en voer uit. 'Al zal ik tot in der eeuwigheid moeten varen, ik vaar', schreeuwde hij de mannen op de kade toe.
Nooit is Van der Decken van deze tocht teruggekeerd. Blijven varen moet hij met zijn spookschip, ongeluk brengend aan ieder die hij ontmoet. Soms tracht hij de hem voorbijvarende schippers brieven mee te geven voor het vaderland. Daarop staan, in oud handschrift, adressen van mensen die niemand meer kent, omdat zij al lang geleden gestorven zijn. Soms ook probeert hij een scheepskapitein te bewegen zijn plaats in te nemen, maar altijd wordt dit vol afschuw geweigerd. En steeds betekent zijn verschijning ellende, dikwijls schipbreuk en dood. Allen vrezen de rampzalige schipper, die lang geleden uitvoer op een stralende paasmorgen en nu, onder een altijd dreigende hemel door de donkere golven rusteloos koersen moet, 'tot in der eeuwigheid'.

Onderwerp

SINSAG 0471 - Schiff segelt durch die Luft.    SINSAG 0471 - Schiff segelt durch die Luft.   

ATU 0777* - The Flying Dutchman.    ATU 0777* - The Flying Dutchman.   

Beschrijving

Een zeventiende-eeuwse schipper moet als straf tot in de eeuwigheid met zijn schip ronddolen, omdat hij door op Paaszondag ui te varen, de rust van deze heilige dag heeft geschonden. Overal waar dit spookschip komt brengt het dood en verderf met zich mee.

Bron

Willem Geldof (samensteller), Volksverhalen uit Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden. Dr. Tjaard en W.R. de Haan (red.). Utrecht/Antwerpen: Het Spectrum 1979. p. 38-40.

Commentaar

1979
Valt onder de titel 7. De vliegende Hollander
Schiff segelt durch die Luft

Naam Overig in Tekst

Willem van der Decken    Willem van der Decken   

Vliegende Hollander    Vliegende Hollander   

Oost-Indievaarder    Oost-Indievaarder   

Paaszondag    Paaszondag   

Pasen.    Pasen.   

Naam Locatie in Tekst

Terneuzen    Terneuzen   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20