Hoofdtekst
8. Het ronde putje van Oost-Souburg
Wat deert het vrolijk Leintje dan?
denkt Arrejaan en gluurt
door 'r eerste elzenloover van
de singel om z'n buurt.
De oorzaak van Leintjes verdriet is de kermis in Ter Veer (Veere) Kee zag er toen met haar kap, veel voordeliger uit dan zijzelf. [...]
Wie in deez wereld winnen wil
en rijker zijn dan elk,
die doet verdekt en zwijge 't stil,
wat water bij de melk.
Zij doet aldus en het blauwe van de melk wijt zij aan 'Blisse'.
Eindelijk is zij waar zij wezen wil:
De zomernoen trok dulf en plas,
en heel den hemel strak,
toen Leintje met haar beugeltasch,
den hof verliet en sprak:
Op dezen dag vol zonneschijn,
die blinkt naar alle zij,
zal 'k stralender dan 't water zijn,
of 't bloeisel van de wei.
Zij koopt alles wat zij ziet:
En als een wieg'lend gansje liep
zij spieg'lend langs het glas!' [...]
Hoe vonkten die twee krullen lijk
fonteintjes in het licht!
Op de grintweg naar huis passeert zij de waterput in de akkerhoek, waar Osschaerd op zijn luimen ligt:
Mijn liefken, buk U over 't vlak!
En laat 'm Uw schoonheid zien;
Of is het hemelsch avondgoud
rijker dan Gij misschien?
Of haalt Gij met Uw fonklend spel
niet bij den weerschijn hier?
Wie is er mooier, deze wel...
of Uw vergulde sier?
Leintje buigt zich voorover en dan verglipt het gouden sierraad in het water. Ritselend zingt de wind van over de zee:
Wat op het kwade stuft beklijft
niet lang en 't wordt berooid;
Wat eerlijk is verworven blijft;
Gestolen goed dijt nooit.
Haar geest doolt immer wiloos rond
langs dijken en langs kreek,
en velen was 't of nog haar stem
voorbij de hoven streek:
Half water, half melk!
Te scherp gemeten!
De ziel vergeten!
Wat deert het vrolijk Leintje dan?
denkt Arrejaan en gluurt
door 'r eerste elzenloover van
de singel om z'n buurt.
De oorzaak van Leintjes verdriet is de kermis in Ter Veer (Veere) Kee zag er toen met haar kap, veel voordeliger uit dan zijzelf. [...]
Wie in deez wereld winnen wil
en rijker zijn dan elk,
die doet verdekt en zwijge 't stil,
wat water bij de melk.
Zij doet aldus en het blauwe van de melk wijt zij aan 'Blisse'.
Eindelijk is zij waar zij wezen wil:
De zomernoen trok dulf en plas,
en heel den hemel strak,
toen Leintje met haar beugeltasch,
den hof verliet en sprak:
Op dezen dag vol zonneschijn,
die blinkt naar alle zij,
zal 'k stralender dan 't water zijn,
of 't bloeisel van de wei.
Zij koopt alles wat zij ziet:
En als een wieg'lend gansje liep
zij spieg'lend langs het glas!' [...]
Hoe vonkten die twee krullen lijk
fonteintjes in het licht!
Op de grintweg naar huis passeert zij de waterput in de akkerhoek, waar Osschaerd op zijn luimen ligt:
Mijn liefken, buk U over 't vlak!
En laat 'm Uw schoonheid zien;
Of is het hemelsch avondgoud
rijker dan Gij misschien?
Of haalt Gij met Uw fonklend spel
niet bij den weerschijn hier?
Wie is er mooier, deze wel...
of Uw vergulde sier?
Leintje buigt zich voorover en dan verglipt het gouden sierraad in het water. Ritselend zingt de wind van over de zee:
Wat op het kwade stuft beklijft
niet lang en 't wordt berooid;
Wat eerlijk is verworven blijft;
Gestolen goed dijt nooit.
Haar geest doolt immer wiloos rond
langs dijken en langs kreek,
en velen was 't of nog haar stem
voorbij de hoven streek:
Half water, half melk!
Te scherp gemeten!
De ziel vergeten!
Onderwerp
SINSAG 0003 - "Was von mir kam, kehrt zu mir zurück."
  
SINSAG 0413 - "Zu knapp gemessen, die Seele vergessen."
  
Beschrijving
Van de verdiensten van met water aangelengde melk kan melkmeid een mooie kap kopen. Als ze over een waterput buigt, om te zien hoe de kap staat, valt de kap in de put. Na haar dood blijft haar ziel dolen.
Bron
Willem Geldof, Volksverhalen uit Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden. Utrecht [etc]: Het Spectrum 1979. p. 50-52.
Commentaar
Valt onder de titel
Dulf = sloot.
Dulf = sloot.
"Was von mir kam, kehrt zu mir zuruck" & SINSAG 0413, "Zu knapp gemessen, die Seele vergessen."
Naam Overig in Tekst
Leintje   
Arrejaan   
Kee   
Osschaerd   
Naam Locatie in Tekst
Veere   
Plaats van Handelen
Oost-Souburg   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
