Hoofdtekst
Iemant was seer quaet op twee luyden, die tegen malckanderen krackeel hadden en groote vijanden waren. Als nu een van haer bij hem quam en seyde: 'Wat gaet u de saeck aen, hoe moogt gij soo quaet op mij sijn?' 'Ick quaet op u weesen?', seyde d'ander, 'ick wenschte dat u vijant, ja dat meer is, u vijants vijant voor den duyvel was.'
Beschrijving
Iemand is boos op twee mensen die elkaars vijanden zijn en ruzie hebben. Een van hen vraagt hem: 'Wat gaat de zaak u aan, dat u zo boos op mij bent?' 'Boos op u?' vraagt de eerste 'Ik wens dat uw vijand, nee beter nog uw vijand's vijand naar de duivel loopt.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20