Hoofdtekst
Met vreugden wordt hier een lied gezongen,
Den keizer 't eren, dat edel bloed,
Die nu zijnen vijand heeft bedwongen,
En plat geworpen onder de voet.
De lelie zoet,
Verliest de moed;
Bourbon vaillant bewaart ons zijde;
De Vrancse konink is in ons behoed;
Nooit kwam nieuwmare in 't land zo blijde.
Naarmate het donkerder werd, vlamden de vreugdevuren in smeerpotten en teertonnen hoger op, en bestraalden met hun rode gloed de joelende burchtdienaren en wapenknechten daar binnen op het plein en de nieuwsgierige huislieden (boeren) daar buiten aan de zomen der gracht. Maar eindelijk verhieven de vlammen hun purperen tongen zo hoog, dat zij als een ontzettende fakkel over het hele eiland lichtten, en alle vrienden van Haemstede me rouw vervulden; door grote onachtzaamheid geraakte een gedeelte van het kasteel in brand, die zo hevig werd, dat het ganse gebouw spoedig in laaie gloed stond. Aan blussen viel, bij de bekrompen blusmiddelen van die tijd, niet te denken: men trachtte slechts te redden wat vervoerbaar was. De Haemstede brandde geheel uit. En weldra was er behalve de hoofdpoort , niets meer overgebleven dan een paar torens en enige muurbrokken, die hun geroosterde wanden als een dor geraamte opstaken uit de modderige gracht.
Als het nacht en donker is in de bossen van het slot Haemstede, het zogeheten 'Slotbos', dan kan men ook nu nog een spokend paard tegenkomen, dat daar dwaalt van de zee naar het slot en van het slot naar de zee. Het zou wonen in de zee, maar op geregelde tijden komt het aan land en draaft, rinkelend van het geld en goud dat het meevoert, in de omgeving van het kasteel. Het is een grijs paard, dat bijna een is met de nevels die zweven in het Groene Woud. Het zoekt zijn baas, zeggen de mensen, en het zal hem nooit vinden.
Het is het kloeke dier van Rene van Haemstede, die ook baanderheer was en prins van Steenhuysen. Toen de grote brand van 1525 op zijn hoogst was, greep heer Rene in alle haast zijn schatten bij elkaar, bond die op zijn paard en ging toen nog even kijken in het kasteel of hij niets had vergeten. Toen het paard de vlammen dichterbij zag komen, werd het doodsbenauwd. Het rende weg van het brandende kasteel, naar het water toe, naar de zee, met de schatten op zijn rug. Nog altijd loopt het daarmee rond, en niemand heeft het ooit kunnen grijpen.
Onderwerp
SINSAG 0331 - Spuktier kann nicht getroffen (gefangen) werden
  
Beschrijving
Bron
Commentaar
Vaillant = dapper
Nieuwmare = nieuwtje
Naam Overig in Tekst
Karel de Vijfde   
Frans de Eerste   
Rene van Haamstede   
Nederlanders   
Haemstede   
Steenhuysen   
Duitse Rijk   
Groene Woud   
Naam Locatie in Tekst
Pavia   
Frankrijk   
Nederlanden   
Bourbon   
