Hoofdtekst
Een boer, in de stat comende, bleef lang staen gapen voor een sijdewinckel. 'Wel kameraet, wat soeckt gij?', vraegde de winckelknecht. 'Wat verkoopt gij?', vraegde de boer weder. 'Eselskoppen', antwoorde de knecht. 'Soo moet gij groote aftreck hebben', seyde de boer, 'want ick sie er noch maer één in de heele winckel.'
Beschrijving
Een boer blijft in de stad lang staan kijken bij een zijdewinkel. Als de winkelknecht hem vraagt wat hij wil vraagt de boer wat ze precies verkopen. 'Ezelskoppen' zegt de knecht, waarop de boer opmerkt: 'Dan moeten jullie wel goed verkopen, ik zie er nog maar één in de hele winkel.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20