Hoofdtekst
Een gierigaert te gast genoodicht sijnde, seyde tegens sijn knecht: 'Jongen, gij moet nu voor twee daegen eeten, voor vandaeg en morgen.' 'Voor vandaeg en gisteren', antwoorde de knecht.
Beschrijving
Een gierigaard die buitenshuis eet zegt zijn knecht dat hij nu voor twee dagen moet eten, vandaag en morgen. 'Voor vandaag en gisteren,' zegt zijn knecht daarop.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20