Hoofdtekst
Otto de Voogd van Delft, wiens vader commys was geweest, schreef eens tegen een seecker gedicht, dat tegen de heeren van Delft gemaeckt was, en sette op den tytel van 't vaersjen: 'Quid reddam dominis?' D'ander maeckte dese twee regeltjes daerop: 'Quid reddam dominis; nunc otto saepe rogasti at dicunt domini, reddito furta patris.'
Beschrijving
Otto, voogd van Delft, wiens vader commies is geweest, schrijft een versje ter verdediging van de heren van Delft getiteld 'Wat kan ik de heren teruggeven?' Iemand anders vult de titel daarop aan met de woorden: ''Wat kan ik de heren teruggeven' vraagt Otto vaak, maar de heren zeggen 'dat wat je vader gestolen heeft.''
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Een 'commies' was een ondersteunend ambtenaar voor de griffier bij de Staten Generaal.
Naam Overig in Tekst
Otto   
Naam Locatie in Tekst
Delft   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
