Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER2118

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Een persohn versogt aen een Minist of hij hem 100 guldens leenen wilde. De Mennist seyde: 'Ja, kompt morgen op sulcken uyr.' Tegen dat de man quam hadde hij 100 guldens in gout onder een silveren beecker geleyt, en seyde tegen den man: 'Mijn vrient, ick soude u niet geeren verlegen laten, maer ick kan u voor dese reyse niet helpen, of ick moet desen beecker versetten, soo ghij daer mede gedient sijt, wil ick het geeren om uwent wille doen.' Dezen man, heel eerlijck sijnde, seyde: 'Ick en begeer niet dat gij selcx om mijnent wille doet.' niet merckende de slimme treck die de Mennist daerin gebruyckte, want hij kost het gelt onder de beecker niet vandaen krijgen of hij most hem versetten.

Beschrijving

Een man vraagt aan een beambte of hij honderd gulden mag lenen. Dit wordt hem toegezegd, maar door de valsheid van de beambte gaat het geld aan zijn neus voorbij.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20