Hoofdtekst
Iemant sijn soon bestraffende dat hij de luyden niet toe en sprack als sij hem quamen besoecken: 'Ick weet niet wat ick seggen sal', seyde hij. 'Wel', seyde de vader, 'vraegt hoe haer vrouw en kinders al vaeren en iets diergelijcken, want dit sal vorder occasie tot praten geven.' Weynig daerna kompt hem den aertsbisschop besoecken, die hij vraegde hoe sijn vrouw en kinders al voeren!
Beschrijving
Een zoon weet nooit iets te zeggen als mensen bij hem op bezoek komen. Zijn vader spreekt hem bestraffend toe en zegt dat hij kan vragen naar het welzijn van vrouw en kinderen. De eerst volegdne bezoeker is de aartsbisschop. De zoon vraagt naar zijn vrouw en kinderen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20